#1 | #2 | IFFR#33 | #3 | #4 | #5 | #6 Munchen | #7 | #8 | #9 | #10 The Interviews | #11 | #12 Berlin | #13 Dresden | #14 | #15 | #16 Copenhagen | #17 IFFR | #18 Riga | #19 Conceptual Art | #20 The Swiss Issue | #21 Aktie! | #22 Rotterdam Art Map 1.0 | #23 Bruxelles | #24 Maasvlakte 2 | #25 Douala | #26 Rotterdam Art Map 2.0 | #27 Tbilisi | #28 Budget Cuts NL | #29 Italian Issue | #30 Rotterdam Art Map 3.0 | #31 It’s Playtime | #32 | #33 Rotterdam Art Map 4.0 | #34 Arnhem Art Map | Copyright | HOMEPAGE

Redactioneel
Kunst is booming business. Op de Frieze Art Fair van 2005 werd voor 33 miljoen pond verkocht. Kunstwerken worden voor recordprijzen verkocht en de verwachting is dat dat nog wel even zo zal blijven. Who benefits?
Kunstenaar of ontwerper word je niet meer uit overtuiging, naïviteit of liefde, daarvoor ga je volgens plan studeren; eerst 4 jaar bachelor en dan nog 2 jaar een master studie, liefst in het buitenland. Key words: ‘break into the artworld’, en ‘create a network!’ De Duitse filosoof Peter Sloterdijk deed een onderzoek onder scholieren. Een op twee wil kunstenaar worden. Op de vraag waarom werd geantwoord: ‘Omdat je dan beroemd wordt’. Kunst studeren is populairder dan ooit, kunst is een industrie. Een pijnlijke en sombere gedachte. Jonathan Meese’s reactie op de economisering in de kunst is radicaal: Sluit alle Kunstacademies!
Er zijn ongeveer 14 opleidingen tot curator. De eerste Europese opleiding werd 1987 gestart in Grenoble door het Centre National d’Art Contemporain. In 2005 is MAMA haar eigen curatorprogramma gestart: Mister Miyagi Curating. Toch zijn veel actieve en interessante curatoren autodidact, eigenwijs ook. Van al deze opleidingen komen gekwalificeerde mensen die een baan willen. Voor curatoren geldt natuurlijk het zelfde motto: ‘break into the art world’, en ‘create a network!’ Niet erg orgineel en avontuurlijk, maar het werkt wel. Kunstenaars en curatoren moeten minder hun best doen om ‘erin’ te komen, maar juist meer om ‘eruit’ te blijven. Het monster neemt en geeft.
In dit nummer staan bijdragen van; Thibaut de Ruyter vanuit Berlijn, van Zoë Gray, die in de Sunshine State Art Basel Miami bezocht, S.R.Kucharski informeert vanuit San Francisco over zijn ervaringen met de vreemdelingendienst, Ronald Cornelissen beantwoordt een paar vragen over het tijdschrift Wormhole, Arne Hendriks is weer terug en start een column, Matilde Digmann uit Kopenhagen stuurde een kort essay over kunst, anarchie en verkeersrotondes, Marieke vd Lippe zat tijdens het Kosmopolis diner naast Maxima, Jack Segbars volgde het debat over Kunst en Participatie, er is een Pauzewandeling zonder Jan, en verder Tramps like us; een feuilleton-comic van Michael Baers, over rondreizende kunstenaars zoals wij.

^Rob Hamelijnck

Tramps like us a feuilleton by Michael Baers


^

Art on the Beach
In the five years of its existence, Art Basel’s ‘winter sun’ version in Miami has spawned a number of satellite fairs. Being in America, they are typically larger and more numerous than their European equivalents and – like most things in Florida – un-navigable without a car. Between 7 and 10 December 2006, the following were located on the narrow strip of land that is Miami Beach: Art Basel itself at the Convention Center, with all the big hitters and a mixture of modern and contemporary art; Art Positions, an exhibition of young galleries, located directly adjacent to the beach; and six smaller fairs held in a number of Art Deco hotels.
On the mainland, in the Wynwood district of Miami proper (a run-down residential area optimistically billed as ‘gritty as opposed to glitzy’) were another six fairs: NADA, with an exhibitors list featuring many of Europe’s up-and-coming galleries; Photo Miami, displaying an over-dependence on fashion photography; PULSE, proudly in its second year; Scope, with an alleged special focus on Berlin, China, LA, Japan and South America, that was hard to discern; and two design fairs, Art Loves Design and Design Miami. Apparently this totalled 717 exhibiting galleries, many showing up to five artists (do the math), on top of which the city’s permanent art institutions had programmed a plethora of special exhibitions to catch the big international art fish.
In the face of such an overwhelming array of art on offer, I took refuge in Robert Morris’ adage of ‘less is more’ and decided to visit just two fairs: Art Positions and Scope. The former was presented in shipping containers. Some gallerists had made the mistake of trying to recreate a white cube environment inside the rectangular boxes, which made for cramped viewing conditions given the crowds in attendance. Others had wisely opted to use them as screening booths, for example Perry Rubenstein showing a Robin Rhode video of a choreographed fight sequence (Stone Flag, 2005).
The only artist, however, to really engage with the g iven format was Aaron Young, presented by Harris Lieberman. He had created an untitled site-specific installation that employed workmen to stand on the container’s roof and shovel sand through three small holes, creating three beautiful sand cones inside, formally recording the duration of the fair. Another highlight was Spartacus Chetwynd’s Bat Opera (2005) at Herald St. Gallery, small oils framed in heavy black frames, depicting stormy landscapes and gothic animals. Galerie Michael Zink presented ceramic shoes and confetti and the small robotic theatres of Eva Marisaldi, demonstrating a whimsy matched only by Gareth Moore’s Kiosk With Vendor (2006). This rough wooden shack sold handmade or altered objects exploring a more humble form of commerce than the big-money deals in evidence elsewhere.
On entering Scope across town, the first booth one came across was not selling art but real estate. Even when one managed to overlook the heavy-handed sponsoring of many installations surrounding the fair, it was hard not to notice the preponderance of highly sellable work: a great deal of Manga-influenced drawing, uncanny scenes of violence with a quirky edge (the best of which was Sigga Bjorg Sigurdardottir’s Slurpophobia, presented by Galerie Adler); lots of small-scale sculpture with an emphasis on the exotic (for example, Long-Bin Chen’s Buddha heads sculpted from piles of phone directories, presented by Frederieke Taylor); and a tendency towards shiny painting, with layers of lacquer or splashes of glitter (taken to excess in the rhinestone-studded paintings of Mickalene Thomas, shown by The Proposition).
One artist who managed to use glitter in a restrained and truly fabulous way was the San Francisco painter David Huffman, presented by Patricia Sweetow Gallery. Painted on a freestanding Japanese screen and with a composition influenced by Chinese landscape painting, his work Katrina, Katrina, Girl You’re On My Mind (2006) was a strikingly subtle depiction of the destruction wrought on New Orleans by the eponymous hurricane of 2005. African-American figures in white spacesuits (or protective chemical suits) clear up the debris, hang from trees, or shoot hoops, in a complex and multilayered reflection on contemporary American politics, the war in Iraq, and the ongoing racial inequity in the USA, making his work shine out amongst the razzle-dazzle of the sunshine state.

^Zoë Gray

Integratie en Participatie debat
In Op 20 december organiseerde de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur een debat over de vraag of kunst en cultuur inzetbaar zijn als gemeentelijk instrument op het terrein van de ‘participatie’. Participatie is in de plaats gekomen van integratie en houdt in dat de verhoudingen tussen de burgers versterkt dienen te worden. Het valt samen met cultuur onder de verantwoordelijkheid van wethouder Orhan Kaya.
Het is een terugkerende vraag: is kunst in te zetten op praktisch niveau. Kunstenaar Peter Struycken gaf in de introductie een mooie samenvatting van de beperkte mogelijkheden hiertoe: hij betoogde dat het alleen zinvol is voor kunstenaars voor wie het voortvloeit uit het artistieke beeldende onderzoek. Later werd aan hem ontlokt dat als dat niet zo is, het geen kunst meer moet heten maar zoiets als welzijnswerk.
In het debat klonken bekende vragen: wanneer is iets nog kunst? Wat is de autonomie van kunst? Wat is de sociale reikwijdte van kunst? Waarom is kunst zo elitair? Soheila Najand, directeur van Stichting InterArt nam het meest extreme standpunt in. Volgens haar moest het hele onderwijs vanaf de kleuterschool op de schop om de culturele potentie van de mens te verwezenlijken en om cultuur de geëigende plek in het leven te geven die het nu moest ontberen. Deze rigoreuze en revolutionaire oplossing werd niet door iedereen gewaardeerd. Haar programma klonk als een tuchtschool en dwangbuis voor de nieuwe liberale, verlichte en toch sociale, creatieve mens. Ze stipte wel de juiste knelpunten aan: dat kunst op maatschappelijk niveau impotent is, dat het kunstbegrip is uitgehold tot een onschuldig tijdsvermaak en dat er een groot gat gaapt tussen de kunstzinnige werkelijkheid van de elite en de veranderende bevolking.
Kunstenaar Hans van Houwelingen maakte als vertegenwoordiger van het ‘autonome’ kamp vanuit de zaal zijn bedenkingen duidelijk. Zijn scepsis werd weggewuifd als niet van deze tijd, als te negatief en elitair: ‘Natuurlijk kunnen we met kunst de wijken in en de mensen iets bieden, flauwe Hans!!’ Toch heeft juist hij veel ervaring met het realiseren van kunst in de openbare ruimte. Er leken twee kampen te ontstaan: de utopistische maakbaarheidsidealisten versus de sceptische hardcore autonomen. Het lijkt de angst van de kaste van ‘echte’ kunstenaars die hun werkgebied steeds kleiner zien worden en die te maken hebben met een trend naar kunst die directer verbonden is met maatschappelijkheid.
Pas laat kwam in de discussie naar voren dat de angst hiervoor wat dit debat betreft niet gegrond is . De gelden die bestemd zijn voor kunst in de wijken worden niet bij de ‘hoge’, ‘autonome’ kunst weggehaald. Misschien gaat het slechts om een definitiekwestie: mag wijkkunst kunst heten? Toch is deze discussie tekenend voor een sluimerende richtingenstrijd.
Over kunst als maatschappelijk instrument zijn weinig succesverhalen te melden. Het spruit (voor de zoveelste keer) uit de romantische wens om het leven en de kunst dichter tot elkaar te brengen. Maar kunst is een reflectief domein, zij beziet de mens in zijn gehele hoedanigheid en levert daar op haar best commentaar op, dat eventueel te gebruiken is als raadgever. Deze raad komt op individueel niveau en met verschillend uitkomsten tot stand, de uitwerking ervan is niet te voorspellen en dus nauwelijks te reguleren.
Niemand had het over het simpele feit dat een kunstwerk pas geslaagd is als de negatieve kant van de zaak ook is belicht en dat daar geen enkele maatschappelijk werker of wijkcomité op zit te wachten. Dat is namelijk niet positief. Hoe is de onderlinge betrokkenheid geholpen nu de buur ook weet dat de andere buur een gemankeerde medeburger is? Zo’n insteek ligt niet voor op de tong van de cohesie-bevorderaar. Het oeverloze gesleep met het beeld Santa Claus van Paul McCarthy en de regelrechte censuur op de beelden van onder anderen Jonas Staal tijdens de Open Atelier Route Charlois maken duidelijk dat de commissies geen genoegen nemen met kritische of problematische geluiden. Kunst in de wijken kan alleen maar een rozig verhaal vertellen. Entree Kunst Light met een Fijne Inslag.

^Jack Segbars
www.jonasstaal.nl

On the Edge for Three Years – for 11.97 euro a month
Residing in Rotterdam (Holland) a few years beyond a tourist Visa to practice art is possible…if you’re willing to manipulate the system. Bureaucracy often breeds delay, and applying as a non-commercial artist for a Dutch Visa depends on this more than anything. First of all, there are no guarantees, so be prepared to leave on a moments notice. The Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) has no specific Visa application for the artist—an initial setback, so be warned. There are two main Visa choices: Resident Visa and Work Visa. A Resident Visa is preferable only if you have sustainable income from your country of citizenship and have money in the bank to backup your extended stay in Holland, yet, how many artists keep 5000 Euro in their bank account untouched and collect an income that will cover current livings costs in the Netherlands? The second option of a Work Visa implies you wish to make money and pay tax in Holland—attractive to the IND, however, realize that according to the IND from 2006, any individual seeking a minimum one-year residence in the Netherlands from a non-EU country must prove a guaranteed one-year minimum Dutch work contract paying 1221 Euro monthly (multiple jobs cannot “add-up”)—and be aware you can’t work until your Visa is approved, nor can your Visa be approved unless you are working…a disturbing Catch-22.
You may apply for a Work Visa as self-employed, but this option requires a future five-year proposal, sufficient private funds and previously documented profits from your originating country—where does this leave the emerging artist? The Visa application process must originate from your country of citizenship, however…if you apply from within Holland, you receive a temporary sticker-stamp in your passport to remain legally present in Holland during the entire application review—a process the IND declares takes six months, but has been known to be delayed up to two years!
This passport sticker-stamp provides an official six-month-dated temporary residence: you can stay, but you are still technically illegal in every other regard…and this sticker-stamp is renewable every six months for the duration of the review process! The cost of a Visa application is initially 431 Euro as of 2006. Divide a minimum stay of six-months from the fee and at most it costs 72 Euro per month to stay in Holland without fear of deportation beyond your tourist Visa! Anticipate the IND taking longer, to your benefit. And, if and when your initial Visa application is denied, you are allowed to make a ‘bezwaar’ or objection to this denial, and the objection paperwork and process can extend your Visa application another six months up to a full year…making your total per month semi-legal Dutch residency over a maximum of three-years as low as 11.97 Euro per month! With the difficult part of residing in Holland all worked out, all you need now is a house, a studio, a project, a gallery show, etc….

^S.R. Kucharski, San Francisco

Swedish Roundabout Dogs – a domesticated street art revolution
It all started in the small Swedish town of Linköping where a public art work by artist Stina Opitz, a concrete dog entitled “Cirkulation II”, which was commissioned by the local council and placed in front of IKEA, was destroyed during the night. A few days later the vandalised dog was removed by the authorities and was soon replaced by a new, homemade one, which was allegedly put up on IKEA’s roundabout by an unidentified underground group. And so the ‘roundabout dog’ movement was born. The trend soon caught on and in only a matter of days every single roundabout in the town of Linköping had its own round-about dog. And every day you hear news reports of this phenomenon as is spreads – the northernmost dog is to be found in Gällivare in Lapland and the southernmost in Ystad in Scania. Usually the roundabout dogs are stolen within twenty-four hours, but it is not long before another appears; dogs are popping up on roundabouts all over Sweden at an incredible rate.
The roundabout dog phenomenon interests me on several levels. Firstly, I am curious about the basic idea – why roundabout dogs? Secondly, I wonder what statement these dogs are supposed to make. Why do people bother to make a dog and then sneak out to put it up at night? In my quest to find answers to these questions I surf the web and google the phenomenon. I soon learn that the dogs are very ‘safe’. People’s blogs have only nice things to say about them – probably because the dogs pose no real threat as nobody is destroying public or private property. But that still does not bring me closer to grasping the point and to figuring out what it is all about.
So I look a little further and find that the ‘lifestyle researcher’ Bengt af Klintberg has described it as follows in the Swedish newspaper Expressen: “They [the dogs] can be seen as an indirect critique of public art which is, more often than not, non-figurative and is therefore hard to understand”. Maybe that is my problem with the dogs – they do not move me in any way, and yet I am puzzled as to why an entire nation would rise to the challenge of fabricating such a dog and placing it on a roundabout. So I am intrigued by the motives rather than the objects. Seen from this perspective, the dogs are very close to the ideology of Conceptual Art, in which the idea reigns supreme. But I cannot be sure if this is actually the point. Is this really an artistic statement? If so, why do the creators not take credit for it? Is it some new and exciting crossbreed of Conceptual Art and street art? Is it some strange revival of the old myth that everybody is an artist? Do the families gather around the kitchen table at night and enjoy quality-time as they assemble the dog?
I do not agree with Klintberg’s subtle suggestion that the roundabout dogs should be easier to understand than ‘normal’ public art – I mean, what’s to understand? It’s a homemade dog made of cardboard or wood!
However, in my view the dogs do put ‘regular’ street art or graffiti into perspective – part of the attraction of street art is the fact that it is illegal. Not because it is vandalism and not because it forces its aesthetics upon us in our daily life, but because it is an art form that exists on the verges of society; because it is created by a rather exclusive group and requires a set of skills, some courage and a rebel attitude. More so than most other forms, street art is typically charged with a critical stance towards society. So to turn the roundabout dogs into a critique of public art or even to call them art is indeed problematic. Then again – maybe it is exactly as Klintberg said – the roundabout dogs are very easy to understand, and then I probably shouldn’t try so hard. But that is exactly the reason why you can’t label them as ‘art’.
All the fuss about the roundabout dogs does, however, touch upon the state of public art itself. For some reason public art works have an ability to stir up debate and are often blatantly criticised. Art in the public realm is a highly controversial issue, about which many people have an opinion. Unlike art that is confined to a museum, public art is a phenomenon that gets people out of their chairs again and again. Even though public art hardly has any importance, either economically or infrastructurally, it seems to have enormous symbolic and political significance – because in public art you see a very clear staging of the ‘institution’ versus the audience, i.e. the ‘citizen’. Thus public art becomes a privileged place for contemplating the relationship between the private (art) and the public in a (post)modern ‘public’ society, as this relationship is undergoing monumental changes.
One thing that becomes apparent when you look at the discussions about public art is the fact that there seems to be two significant opposing groups: the art professionals and the public. Looking at these two groups it becomes clear that, to the populace as a whole, public art embodies the shortfall between declared common interests and actual specialised interests, which points to the public’s powerlessness regarding its aesthetic surroundings in terms of urban planning, architecture etc. Part of the problem is that art professionals use an art-ideology which talks of ‘true’ art, claiming that the work of art is supposed to create a relationship between the spectator and a transcendental ‘otherness’ which is labelled ‘absence’, ‘death’ or ‘the sublime’. Meanwhile, the public firmly denies encountering death, absolute presence or absence in any public art work (except perhaps the absence of benches to sit on) and they do not experience a ‘clean cogent space’ as a special realisation of ‘nothingness’, but rather as an especially empty and uninviting town square.
The problems of public art can be traced back to Immanuel Kant who came up with the perfect solution for the new world order of free individuals. How do you create a society of free individuals without also creating a society of complete chaos? You invent the common human universality. And art has a very important part to play in this philosophical equation, as it becomes the very glue that binds together reality and metaphysics (morality). The aesthetic object is thus caught between freedom and limitation and is, as it becomes autonomous, also freed from society. This is the reason why public art today claims to be anti-social and anti-democratic and yet because of this claims to be relevant for society and to the development of the self. One can thus argue that the integrity of art is in direct opposition to the public who, by definition, seek the lowest common denominator, vulgar compromises, romantic kitsch etc.
Public art is erected in a public space by the ‘system’. The thing that provokes people about art in a public space is that, whereas it is supposed to be democratic, it is in fact inserted from above in a very non-democratic way. Thus public art becomes a bad mix of highbrow expert culture and political and financial systems thinking, and this is what the public reacts to. I have finally reached an understanding of the recent actions of the Swedish people. It might not be possible to view the roundabout dogs as art, but they can definitely be seen as a reaction to a system that is too controlling – a system which controls both the physical environment, ways of interacting and housing. The roundabout dogs point to the fact that control like this in the hands of the system can be fatal, and to the fact that the system’s control of the lives of its citizens becomes painfully obvious when it comes to public art.

^Matilde Digmann, Copenhagen

Pauzewandeling zonder Jan
Jan Vermeijden moet een pauzewandeling overslaan, en zei tegen ons: doe het maar zelf deze keer. Toevallig heeft het museum een wandeling uitgestippeld. De collectie is in nieuwe opstelling gepresenteerd. We proberen met de ogen van Jan te kijken, en houden ons aan het parcour dat stylist Maarten Spruijt op uitnodiging van het Boijmans voor de bezoeker heeft uitgezet.
Je kunt weer naar binnen via de oude ingang onder de toren. Tijdens het directeursschap van Chris Dercons was dat de enige entree—nu kun je kiezen voor de ingang in de court of die onder de toren. Een deel van de van der Steurvleugel is lang ongebruikt geweest, maar nu is alles gepoetst en in de latex gezet, er zijn nieuwe bewegwijzering (met wat overgebleven elementen van de huisstijl van Mevis van Deursen), nieuwe titelbordjes en zelfs nieuwe bijschriften, en in alle zalen hangen theaterspots. De meeste suppoosten, die vaak jarenlang in vaste dienst waren bij Boijmans en er rondliepen als in hun huis, zijn weg. Er zijn nu bewakers in hun plaats, van Securitas. Die hebben nog niet die vanzelfsprekende huiselijke aanwezigheid, en ook een heel ander loopje. De private-public-partnership toont zich in de dubbele decoratie op hun colberts; de dynamische V van Securitas staat op de schouders van de aanzienlijk grotere B van Boijmans.
In de ronde hal onder de toren staan pijlen die het begin van de route aangeven. Als je de zaalnummers volgt is er aanvankelijk een chronologie. Zalen met middeleeuwse kunst en voorwerpen tegen zachtbeige achtergrond. In de zaal van de Marskramer, Christoforus en de Toren van Babel zijn de wanden blauwwit. Je ziet dat vooral goed, doordat de forse witte titelborden bij elke zaal anders afsteken. De Marskramer, die in het museumdrukwerk steeds in uitsnede verschijnt—hier een arm eraf, daar een voet—is hier door een donkerbruin paneel geïsoleerd van de lichtblauwe achtergrond. Dat scheelt, want al die lichte grijzen en bruinen zijn slecht opgewassen tegen de ijzigheid van de wanden.
De chronologie wordt een paar zalen volgehouden, dan krijgen de zalen thema’s, als in een Hallmark kaartenrek. ‘Dieren’, staat er op de muur, of ‘Stad en Land’, ‘Zelfportret’, en ‘Stilleven’. Een schilderij van Morandi hangt bij ‘stillevens’, het andere naast Kees van Dongen in de zaal ‘Stad en Land’. Er worden ook nieuwe stillevens gevormd met kunstwerken en meubels uit de collectie, en met al wat daaromheen al was. Dat levert soms onorthodoxe, zintuigelijke indrukken op waar je een speelse, gevoelige curator achter vermoedt. In zaal 12 bijvoorbeeld hangen twee mooie bomen-schilderijtjes van van Ruijsdaal aan weerszijde van het raam dat uitkijkt op het museumpark. Je leest nu: van Ruijsdaal in tegenlicht - bouwkeet - hoogwerker - van Ruijsdaal in tegenlicht. En elders: tekening van Rubens - tekening van Rubens - kast op gefineerd gebeitst podium - Rubens - Rubens - Rubens. Ik moet denken aan een werk van Peter Stel, door Jaap Kroneman omschreven als: “(..)plaatste door de academie heen het woord ‘en’ uitgevoerd in blauw plexiglas (10 cm hoog). Dit leidde tot observaties als: ‘plint en muur’ en tussen twee ramen geplaatst: ‘dit uitzicht en dit (het zelfde) uitzicht’. Bedoelde met dit ‘en’-werk ook: ‘hadjewat’ en ‘watdannog’”.(Over de Vormloosheid, Gele Rijder Arnhem, 1996)
Beneden in een hoek van de zaal ‘de jaren 70’ hangt een schilderij van Rothko in een hoek, in de schaduw van de ijzeren kooi van Bruce Nauman. De ideale afstand die je tot het doek inneemt wordt door de belichting beperkt; nader je dichter dan 3 meter, dan werp je een schaduw op het doek, sta je verder dan 5 meter van het werk, dan zie je in je ooghoek een meterslange wandschildering van Jan van der Ploeg—in beter licht. In de zaal ‘Op art’ zijn ook werken van Jan Schoonhoven en Fontana ondergebracht, die een spannend spel aangaan met alledaagse ingredienten als ontluchtingsroosters en brandblusbordjes. Ben benieuwd wat Jan er van zal vinden.

^Nienke Terpsma

ARNE - (23012007-BMW)
Hoe ver ben je met je column? Het laatste waar we over gemaild hebben is dat ik je iets stuurde over een boekje van Revolver ACADEMY. Je wilt het toch over kunst en onderwijs hebben? Mijn voorstel was – om writer-blocks te voorkomen – je onderwerp aan de hand van een stukje over een tentoonstelling langzaam op te starten.
Dus... heb je nog iets opwindends gezien de laatste tijd? En heb je er iets over geschreven? Mag kort.
Laat het ons even weten.
Groeten uit Rotterdam, Rob en Nienke

Beste Nienke en Rob,
Het boekje van Revolver heb ik nog niet gelezen. Ik lees niet graag over kunst. Maar ik heb wel iets opwindends gezien. Een paar maanden geleden tijdens de TMF Awards, bij het optreden van de rapgroep Party Squad (we rampeneren op de vloer en het geeft geen ene moer) zweefde er een BMW boven het publiek. De techniek was feilloos. De glimmende natte droom voor pubertjes en papas slalomde aan onzichtbare kettingen geruisloos en vloeiend door de lucht van de Heineken Music Hall. In tijden niet zo’n goed werk gezien: brutaal, fout, grensoverschrijdend, en bovenal volledig transparant. Zo’n ervaring maakt een betere consument van je. Ik kan het alleen maar vergelijken met het speeksel-in-je-mond-werk van Greco, de kitscherige late Matthew Barney of de zon van Olafur Eliasson in de Tate. Waar het object een pseudo-religieuze ervaring tot stand brengt en het kritiekloze innemen een aanvan emt. De Franse semioticus Roland Barthes heeft ooit een Citroën met een kathedraal vergeleken. In een mooi tekstje dicht hij het auto-object magische krachten toe. Ik heb de neiging de diepere rituele betekenis van spullen voor waar aan te nemen maar als jullie het er niet mee eens zijn hoor ik het graag. Waar Barthes de onaantastbare status van het object door de vieze vingertjes van het publiek laat domesticeren, daar bewaart de BMW een onoverbrugbare afstand. Slim natuurlijk want niet in het aanraken maar in het kijken klampen wij ons aan de dingen vast. Als het met het onderwijs en de kunst nog iets wil worden moeten we het oog eerst eens bevrijden van die glimmende BMW kunst die overal de baas is. Maar dat zal niet eenvoudig zijn. Volgens de filosoof George Bataille is het vastklampen aan de dingen überhaupt de enige manier om mens te kunnen zijn. Zodra wij de veilige functionaliteit van het object vaarwel zeggen, vallen we terug in de chaos. Worden we weer beestjes.
Een vliegende BMW als viering van het menszijn.
Groet.

^Arne Hendriks
www.flickr.com/photos/arnehendriks/366026241/

Maurizio Cattelan, Untitled 2002
Museum Boijmans van Beuningen
We all need an Autocenter
Founded in 2001 by Joep van Liefland and Maik Schierloh, the Autocenter has become, in the last months, one of the most important spaces for contemporary art in Berlin. Of course, the invitation from the last Berlin Biennial to show in their fake Gagosian Gallery has been putting a lot of light on that projektraum (for a serious and complete definition of that word, see the special issue “Berlin” from FGA). But the two founding members were clever enough to produce in that context an event that will not establish or promote Autocenter as a “label”. They simply built up with tires and car parts, light and sexy posters, a proper garage in Berlin-Mitte. The name was the program.

The last time I was in the big white cube located in the surroundings of the S-Station Ostkreuz (one of the most depressing locations I have ever seen...), a commercial gallerist that was visiting the opening carefully looked at the portfolio of the previous exhibitions, writing on a piece of paper the names of artists that could be interesting. And his shopping list became quickly longer than a Xmas wish-list. The Autocenter, with exhibitions lasting only a weekend, is a dynamic and exceptional place with a broad view from contemporary art. Within the last months we have seen there Damien Deroubaix, a french painter that deals with grindcore and trash culture. A large video installation of Markus Draper evoking a haunted house. Some sculptural-paintings from Eva Seufert, Ulrich Emmert and Norbert Witzgall made a picturesque duo, and Marike Schuurman hang her black and white photographs... Etc.

But the important fact is that Autocenter has been able to develop some no-profile as a profile. Nowadays many small and young independent art spaces are finding a line that they consciously follow to quickly build up an image and an existence in an over-informed and over-competitive world. One will be dealing with art that thinks about art, another will show figurative-post-expressionist-paintings when the neighbor will focus on scandinavian political art... The Autocenter however, in its large selection and openness, remains a place for surprises and discoveries.

But the point with those spaces is that they can propose things that neither a gallery nor a museum could do. Like the younger place called Homies that was, on sunday november 26th, inviting all the collectors of the artist Tatjana Doll to bring their pieces and leave them there for the duration of the exhibition. The artworks will not be for sale: they are already owned by people. No curator, nothing to buy (except the few beers you might drink during the opening) and a lot of good mood and good food (visitors where invited, on top of bringing their art pieces, to contribute to the buffet). Like the Autocenter, they are building a community of people that share the same hedonistic vision of art. A moment of fun and pleasure, of intellectual quality and unexpected breakthrough.


www.autocenterart.de
www.homie.travelhome.org/body.swf

^Thibaut de Ruyter, curator and editor based in Berlin

Wormhole4

Rob Hamelijnck Waarom ben je een tijdschrift voor tekeningen begonnen en wanneer kwam het eerste nummer van Wormhole uit?
Ronald Cornelissen Het eerste nummer heb ik uitgebracht in februari 2000. Het is misschien een beetje een teleurstellend antwoord maar ik zat toen zonder atelier en dat is de reden dat ik het tijdschrift begonnen ben
RH Hoe verhoudt het tijdschrift zich dan tot het niet hebben van een atelier?
RC Die vraag zag ik al aankomen Rob, een tijdschrift kun je thuis achter je computer maken. Als ik niet zonder atelier had gezeten was Wormhole er misschien niet geweest omdat ik dan gewoon in mijn atelier zou hebben gewerkt. Er zijn uiteraard heel veel andere dingen die je kan doen zonder atelier dan een tijdschrft maken maar ik hou erg van tijdschriften of boekjes en van tekeningen.
RH Mijn eerste gedachte was dat Wormhole iets met WORM te maken moet hebben, maar dat is een vergissing neem ik aan?
RC Ja, WORM heeft er niets mee te maken.
RH Hoe vaak komt Wormhole uit?
RC Er zit niet echt regelmaat in al zijn de eerste drie nummers met tussenposen van ongeveer een jaar uitgebracht. Tussen nummer 3 en 4 zat bijna 4 jaar. Of en wanneer er een nummer uitkomt is vooral afhankelijk van geld.
RH Waar komt het geld vandaan?
RC De eerste drie nummers zijn gemaakt met geld van het Fonds bkvb en het CBK Rotterdam, het laatste nummer heb ik zelf gefinancierd.
RH Kun je iets zeggen over hoe jullie een nummer samenstellen—jullie hebben beiden ook een bijdrage in dit nummer?
RC De eerste 2 nummers heb ik samengesteld met Arnold Mosselman, het laatste met Paul van der Eerden met van ons beiden inderdaad ook een bijdrage. Een deel van het werk in het laatste nummer komt uit de collectie van Paul. Het samenstellen van een nummer gaat vooral via mensen die we kennen. Soms word ik ergens op gewezen, en soms kom ik goed werk tegen in andere tijdschriften. Het werk van Chris Johanson bijvoorbeeld zag ik voor het eerst in een skatertijdschrift in Detroit. 
RH Wat is het verschil tussen het publiceren van tekeningen in een tijdschrift en het tentoonstellen in de white cube?
RC Door de aard van het medium krijgen dingen in een tijdschrift een ander gewicht dan in een tentoonstelling. Hierdoor accepteer je als lezer meer. Daarbij kun je dingen tonen die specifieke voor dat medium zijn gemaakt zoals comics die in een tijdschrift toch beter tot zijn recht komen dan aan de muur.
RH Wat voor kunstenaars nodig je uit?
RC Ik nodig kunstenaars uit bij wie ik een liefde voor tekenen zie. Veel van deze kunstenaars worden geïnspireerd door het beeldverhaal, de traditionele- en de undergroundstrip, of ze werken vanuit een meer conceptuele achtergrond met tekst in combinatie met tekeningen en collages. Naast het werk van kunstenaars die zich bewust zijn van de theoretische en historische uitgangspunten van de hedendaagse kunst, publiceren we ook werk van mensen die deze theoretische bagage niet hebben of naast zich neerleggen. Sommige mensen die ik vraag een bijdrage te leveren zijn ook in andere disciplines actief, zoals Michael Hurley, Koji Tano of Davin Brainard die alledrie muziek maken. Sommige werken zijn speciaal voor Wormhole gemaakt, anderen leveren bestaand werk aan. Als ik mensen uitnodig,  laat ik ze verder vrij in die keuze.
RH Hoe wordt Wormhole gedistribueerd, en waar kan ik hem kopen?
RC De distributie doe ik voor dit nummer zelf. Voorheen werd dat gedaan door het Raadsel in Amsterdam maar zij zijn een paar jaar geleden failliet gegaan. Ik ben wel op zoek naar een distributeur want als ik het zelf doe blijft het toch een beetje liggen. 
In Rotterdam is Wormhole te koop bij Boijmans van Beuningen, in Amsterdam bij BoekieWoekie en Atheneum, en in Den Haag bij Stroom. Verder hebben De Hallen in Haarlem het laatste nummer in de verkoop omdat daar werk in staat van de Finse kunstenaar Kalervo Palsa met wie zij een tentoonstelling hebben gemaakt. 

^


Kosmopolis

Prinses Maxima en Marieke vd Lippe

Vrijdag 24 november 2006 vond officieel de oprichting van Kosmpolis plaats. Kosmopolis komt voort vanuit een idee van het (vorige) kabinet om een ‘huis’ te hebben waarin de culturele dialoog zal gaan plaatsvinden. Hiertoe is alvast 2,5 miljoen euro ter beschikking gesteld.
Op het feestelijke etentje (het mocht wat kosten) in het Wereldmuseum zaten zo’n 250 mensen aan ronde tafels, keurig mult-culti getafelschikt. Het voedsel moest je delen, waardoor er veel viel. Wilfried de Jong was mobiele presentator en hij interviewde hard versterkt tijdens het diner, en ook voor en na de speciaal gemaakte choreografie, o.a. minister Bot, Borst en Kok. Interviews plus muziek plus overal beeldschermen in een zaal met hopeloze akoestiek maakten dat je geen enkel gesprek/verhaal kon volgen, behalve van degene die je ook ruiken kon; in mijn geval Maxima. Ik zei haar dat ik die integratie overheidsbemoeienis zo overdreven vond, cultuur vindt zichzelf uit. Vrijheid van doen en laten was/is toch ook een groot goed? ‘Vrijheid in Nederland is het kunnen klagen over je buren,’ antwoordde zij. ‘Ook,’ zei Maxima, ‘is de Nederlandse vrouw zo weinig geëmancipeerd: zodra ze kinderen krijgen nemen ze pseudo-baantjes, en wat moeten de nieuwe Nederlandse vrouwen daar nu van denken?’ ‘Dat heet post feminisme! Het is je niet meer dan je goed recht om niet deel te nemen aan dit kapitalistisch stelsel,’ antwoordde ik. Daarna heel veel zwangerschaps praatjes, ik had er een uitzending RTL-boulevard mee kunnen vullen. Een week later kregen alle genodigden een boekje thuis met Kosmopolis-sound bites: ‘Dialoog is geen werkwoord,’ ‘Een keer is geen keer,’ ‘Geen woorden, maar daden.’ Kortom, dit was geen weggegooid geld geweest.

^Marieke vd Lippe

Art Rotterdam is Amsterdams
8—12 feb, Cruise Ter-minal, met 73 galeries uit 10 landen.
Art Rotterdam is een Amsterdamse aangelegenheid. De organisatie zit in Amsterdam, en de selectiecommise bestaat uit vier Amsterdamse galeriehouders en Ron Mandos, maar die moeten we nu ook rekenen tot de Amsterdammers.
Er zijn 12 galeries in Rotterdam: Berendsen, BuroDijkstra,Delta, MAMA, Mirta Demare, Mkgalerie, Ron Mandos, Phoebus, Cokkie Snoei, VIVID Vormgeving, XX Multiple, en Geer Poels. Negen presenteerden zich op de Art Rotterdam.
De twaalf galeries van Rotterdam zijn verspreid door de stad. Als je die nu eens met z’n allen bij elkaar zet, zoals dat in andere Europese steden met succes gedaan wordt. Bijvoorbeeld: een cluster in het oude Fotomuseum, een paar in de Witte de Withstraat, twee toppers beneden in de twee voorruimtes van het gebouw van Witte de With/TENT. (dat zou wel eens goed kunnen zijn voor de onderlinge relatie) Dan ook nog op het dak een paviljoen met Champagnebar van OMA. Misschien dat Rotterdam dan een ‘opwindende’ kunst- en galeriescene krijgt. Op 4 januari is Geer Poels definitief naar Berlijn verhuisd. Hij opent zijn nieuwe galerie op Gartenstraße 1 in Mitte. Ook MKgalerie heeft al expositieruimte en een huis in Berlijn gehuurd, Ron Mandos opende in november zijn nieuwe ruimte aan de Prinsengracht in Amsterdam en Cokkie Snoei, die een hekel heeft aan Berlijn, werd gevraagd mee te dingen naar het directeurschap van het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem. Kunnen we ons best voorstellen; Cokkie als museumdirecteur. Maar in Arnhem?

^RH
Here is a message for the art mafia in their black Bentleys: the really good stuff is uncollectable
Germaine Greer in The Guardian, October 23, 2006

Lijnbaan
Het was druk bij het debat over de herstructureringsplannen voor de Lijnbaan. De architect Kees Kaan (Claus en Kaan) die het masterplan presenteerde kreeg er flink van langs. Eerst werd het plan zelf in de pan gehakt, toen de houding van de gemeente, toen de opzet om maar 1 bureau een plan te laten maken, en tussendoor was er kritiek op de vaderlandse—maar irrationele— liefde voor hoogbouw. Vincent van Rossum (monumentenzorg) vatte de situatie samen van de stad, die platzak en niet meer in het bezit van de lijnbaan of zelfs van de grond waarop die staat, geen macht meer heeft over de toekomst van het beroemdste en oudste winkelcentrum van Europa. En passant gaf hij misschien wel de clou weg; de burgemeester moet de minister bellen, die moet het tot Rijksmonument bepalen, en dan is er geld en zijn de projectontwikkelaars niet meer oppermachtig. Want dat zijn ze wel. Op www.cityofskyscrapers.nl staan plannen voor 16 skyscrapers hoger dan 100 meter die de komende 5 jaar in het centrum gebouwd gaan worden. Verdichting is het toverwoord. (een architectuurhistoricus uit de zaal twijfelde aan de heilzaamheid van verdichting: ondanks veel nieuwe hoogbouw in de Wijnhaven ontstaat daar geen bloeiend stadsleven—moest dat verband niet eens onderzocht worden? In de Wijnhaven bijvoorbeeld?) Deze weken worden de Calypso, Pauluskerk, Holliday Inn en dat prachtige grijs-blauwe torentje gesloopt om plaats te maken voor een enorm gebouw met dure appartementen en ‘openbare functies in de plint’. Junks en asielzoekers worden weggeretoucheerd uit de stad die vooral aantrekkelijk moet zijn voor het winkelend publiek.
Waarom is Participatie eigenlijk ondergebracht bij Kunst, en niet (ook) bij Architectuur of Stedenbouw? Zou dat niet meer uithalen? De reclame voor de dure appartementen in de torens wordt geadverteerd met ‘exclusief’. Dat betekent gewoon ‘uitsluitend’: dat is het tegendeel van participatie.

^NT
Verslag van het debat:
www.archined.nl/archined/5868.html
Crimson cultuurhistorische verkenning over de Lijnbaan: www.crimsonweb.org


Colofon
Fucking Good Art -Rotterdam is een initiatief van Rob Hamelijnck. FGA verschijnt onregelmatig in gedrukte editie, maar is altijd te lezen op www.fuckinggoodart.nl.
FGA wordt door ons verspreid, en is ook gratis verkrijgbaar bij boekhandel Van Gennep, BART store, De Unie, Wormwinkel en balie Witte de With / TENT. in Rotterdam, Atheneum boekhandel in Amsterdam, maar ook bij de tentoonstellingsplekken waarover wordt geschreven.
Redactie Rob Hamelijnck en Nienke Terpsma Typografie Nienke Terpsma website Catalologtree.net druk De Boog papier La Gazzetta dello Sport.
De paperbackedities FGA#10 – The Interviews (140 pagina's met oa Chris Dercon, Catherine David, Sjarel Ex...) en FGA#12 – International edition / Berlin (160 pagina's) zijn voor 10 euro te koop in de boekhandel of te bestellen bij: www.episode-publishers.nl & www.revolver-books.de
In dit nummer bijdragen van: Thibaut de Ruyter, Zoë Gray, S.R.Kucharski, Ronald Cornelissen, Arne Hendriks, Matilde Digman, Marieke vd Lippe, Jack Segbars, Nienke Terpsma, Rob Hamelijnck, en Michael Baers

^