#1 | #2 | IFFR#33 | #3 | #4 | #5 | #6 Munchen | #7 | #8 | #9 | #10 The Interviews | #11 | #12 Berlin | #13 Dresden | #14 | #15 | #16 Copenhagen | #17 IFFR | #18 Riga | #19 Conceptual Art | #20 The Swiss Issue | #21 Aktie! | #22 Rotterdam Art Map 1.0 | #23 Bruxelles | #24 Maasvlakte 2 | #25 Douala | #26 Rotterdam Art Map 2.0 | #27 Tbilisi | #28 Budget Cuts NL | #29 Italian Issue | #30 Rotterdam Art Map 3.0 | #31 It’s Playtime | #32 | #33 Rotterdam Art Map 4.0 | #34 Arnhem Art Map | Copyright | HOMEPAGE

Redactioneel
Dit is het tweede nummer van de Fucking Good Art, een periodiek over kunst in Rotterdam. Fucking Good Art is nu ook online. Het webdesign is van Daniel Gross en Joris Maltha van catalogtree uit Arnhem.
We hebben vier gastschrijvers; van het kunstenaarsduo Bik vd Pol een interview met de Iraanse kunstenaars Nasrin Tabatabai en Babak Afrassiabi, makers van het tijdschrift Pages. Van Wil de Wit alias Rotterdam publiceren we No1 in een serie gesprekken over de relatie tussen Wil de Wit en Rotterdamse kunstenaars, van Applegarden-muzikant en beeldend kunstenaar Maziar Afrassiabi een review over DE PLAYER, en van computercomponist Roddy Schrock een citaat uit zijn weblog . Om een link te houden met Michael Bulka, de founding-fathter van FGA in Chicago, zullen wij vanaf nu iedere keer een inspirende Bulka quote opnemen. De redactie van FGA nodigt voor elk nummer bevriende kunstenaars, filmers, ontwerpers, architecten, curatoren en anderen uit om persoonlijke verslagen, reviews, commentaren, kritieken en observaties te schrijven over presentaties, tentoonstellingen, screenings e.d. in en rond Rotterdam. FGA is niet academisch, historiserend of theoretiserend maar in direct-style vanuit het moment geschreven. FGA verschijnt onregelmatig in gedrukte editie, maar is altijd te lezen op het web.
FGA#2: Maziar Afrassiabi, Bik vd Pol, Sico Carlier, Freya van Dien, Rob Hamelijnck, Roddy Schrock, Nienke Terpsma, Jan Vermeijden. FGA wordt verpreid onder het motto: in selfless service to our community. FGA#2 is ook gratis verkrijgbaar bij Boekhandel van Gennep, Rotterdam. Tegelijk met FGA#2 verschijnt een speciale editie, gewijd aan IFFR 2004.

^Rob Hamelijnck

Wil de Wit alias Rotterdam
Wil de Wit alias Rotterdam in gesprek met Aletta de Jong, beeldend kunstenaar. No 1 in een serie gesprekken over de relatie tussen Wil de Wit en Rotterdamse kunstenaars. De relatie tussen mij en Aletta de Jong kreeg een vaste vorm toen zij in 1986 bij mij kwam wonen. Nu, 18 jaar later, heb ik Aletta uitgenodigd een gesprek te voeren over de ontwikkeling van onze relatie en het beeld dat zij van mij heeft.

W:Wat zag je in mij? A:Ik wist eigenlijk niet veel van jou, en van een afstand kwam je over als koud en ongezellig. Wat me aantrok was het feit dat je je niet als kant en klaar presenteerde en dat ik er me best voor moest doen om jouw leuke kanten te vinden en definieren. Je bent eigenlijk nog steeds een beetje ongrijpbaar. Elke keer als ik mensen aan jou voor wil stellen vraag ik me af hoe ik dat het beste kan doen, welke kanten ik van jou wil laten zien. De lelijke kanten horen daarbij; daar kan je anderen de schoonheid van in leren zien door er op een bepaalde manier naar te kijken.
W:Hoe ga je om met mijn vervelende kanten? A:Ik ben goed geworden in het vinden van mijn eigen wegen waarmee ik de confrontatie probeer te vermijden. Verder laat ik je gaan zoals je gaat. Ik zorg dat ik inzicht heb in wat er gebeurt en hoe de dingen werken maar dat zal er niet toe lijden dat ik je wil gaan veranderen.
W:Hoe kijk jij aan tegen kunstenaars die met mij bezig zijn? A:Er zijn kunstenaars die bezig zijn met kleine en zinvolle onderzoeken, die zie ik als belangrijk. Dat soort projecten hebben niet per se een direct visueel effect maar kunnen, omdat zij zich direct confronteren met bepaalde gebieden of situaties, wel de mind prikkelen. Daar zouden, hoe klein ook, veranderingen kunnen ontstaan. Ik geloof wel in het onderhuidse gekrab en gekietel. Ik ben geen Dolf Henkes type, ik voel me niet op die manier verweven met jou. Mijn werk kan zich ook in andere steden manifesteren. Ik kijk naar hoe de dingen zijn bepaald, waar dingen gebeuren, op elkaar botsen, waar het ene zou moeten gebeuren en het andere gebeurt. Het bijzondere aan jou is dat je heel afwisselend bent en eigenlijk ben je niet zo groot, je hebt geen grootstedelijke allure. Maar dat vind ik geloof ik ook wel het prettige aan jou.
W:Denk je dat ik me wel eens groter waan? A:Ik vind je niet arrogant. Maar je moet je wel constant bewijzen. Dat is ook wel goed want je bent er nog niet, je kan nog niet lui achterover leunen. Ik denk wel dat je je wel eens wat kleiner mag afspiegelen. Het gaat altijd over ‘de opzienbarende architectuur, de grootste haven’. Die opschepperij lijdt af van wat de bezoeker toch al zo moeilijk kan vinden, de kleinschalige bijzondere dingen. In plaats van op te scheppen zou je kunnen zeggen: Ik laat me niet zomaar kennen, ik ben een plek voor spoorzoekers die de mijn bijzonderheden komen ontdekken. Dat zou eerlijker zijn en misschien trekt dat ook wel heel veel mensen, dan weet men ten minste waar ze voor komen.
W:Ben ik, sinds je bij me kwam wonen, in cultureel opzicht veranderd? A:In bepaalde opzichten ben je gegroeid, de infrastructuur en het culturele programma is veel uitgebreider. Ik heb alleen het idee dat je iets belangrijks vergeet: de plekken om te oefenen en te experimenteren, de ruimte voor de culturele humuslaag. Die plekken hebben we nodig want dat is waar jij je vernieuwt, van onderaf en van binnenuit. Zoals aan het begin van onze relatie waarin jij mij en andere kunstenaars letterlijk ruimte bood om op onze eigen manier allerlei initiatieven te ontwikkelen. Ja had toen al je aandacht nodig voor grootschalige vernieuwingen, toen die een maal op gang waren gekomen ging je richten op de oude stukken van jezelf, waardoor de ruimte voor de initiatieven van onderaf kleiner werd. Dat is jammer want die ruimte toen gaf kunstenaars de tijd om in meer dan henzelf maar ook in hun omgeving te investeren. Ik denk dat dat nu minder gebeurt. Op het moment vind ik je soms gewoon bijna saai.
W:Heb jij het gevoel dat je mij nu kent? A:Je bent gelukkig nog net veranderlijk genoeg en ontwikkelt je nog snel genoeg om me te verassen. Ik vind je de afgelopen jaren alleen wel verhard. Daar ben je niet mooier door geworden.

^Wil de Wit

Le Jardin Secret
23 november – 21 december 2003 Galerie Ron Mandos nodigt ons uit voor een bijzondere tentoonstelling met werk van de Britse kunstenares Lisa Holden en onze eigen multimedia- artist, performer en filmmaker Lydia Schouten.

Jaren geleden zijn een aantal galeriehouders naar Amsterdam vertrokken omdat het hier maar niet lukte. Nu zijn er een handjevol oude maar vooral nieuwe galeries die het blijven proberen: Galerie Delta, Cokkie Snoei, MK, XX Multiple Galerie, Mirta DeMare, Vivid en Ron Mandos... Als je de Metropolis M openslaat staat op de eerste pagina een lijst van eenentwintig Amsterdamse galeries. Dat is drie keer zoveel als in Rotterdam. Het gaat natuurlijk niet om de kwantiteit, maar toch. Een van onze kunsthandelaars vertelde mij ooit dat hij de Jan Hoet van Rotterdam wilde worden. Alsof de galeries alleen Rotterdam kunnen redden.
Le Jardin Secret is een galerietentoonstelling zoals het hoort. Niet echt bijzonder. Maar waarom de stadscollectie van Rotterdam nog nooit een werk van Lydia Schouten heeft aangekocht snap ik niet. Er is één video in Le Jardin Secret, van Lydia Schouten. Het beeld was tv-sneeuw. De monitor stond ouderwets op een sokkel en er boven hingen een aantal kleine schilderijen die je heel goed zou kunnen lezen als storyboards. Mijn gedachte was dat de video met tv-sneeuw een statement was: Leve de schilderkunst. Het kwam niet in mij op dat de tape teruggespoeld moest worden. Zij laat vooral prachtige schilderijen (tekeningen) zien die zij de afgelopen vijf jaar maakte, in naïeve stijl: pastelkrijt op papier, geplakt op doek. Enkele titels: The suicide-scene 1, 2 en 3; I was back in my room-track 1 en 2; Too tired, two of them shit. Haar sterkste werk in de tentoonstelling is een drieluik. Het is een kritiek op de kunstkritiek. Het is gemaakt naar aanleiding van een heftige confrontatie met Anna Tilroe. De titel van het werk is ‘Your’re really weird, you’re really all fucked up’:
Bij een tekening van een figuurtje dat lijkt op Betty van de Flinstones staat geschreven:
May I introduce myself ....... I’m an art critic ....... I feel like shit because I have these secret sexual fantasies ....... Did you learn this at art school? ....... To me it looks like a real feministic act ....... Or would you explain it more as lesbian behavior? ....... Maybe we could call it virtual sex.
Op het middenpaneel, een tekening van een vrouw met bondage staat:
You’re really weird ....... You’re really all fucked up .......
Bij een andere tekening van Betty, met tussen haar wijd opengespreide benen een vrouw die aan haar flink behaarde geslacht friemelt:
Yeah, some women really do like it... ....... More, more...
Van 1980-1984 gaf Lydia Schouten met een aantal vrienden het magazine ‘Modern Denken’ uit. Daarin publiceerde zij kunstkritieken en interviews met nationaal en internationaal bekende vrouwelijke kunstenaars.

^RH

What's Rotterdam About?
Last night I had the privelige of meeting an amazing group of artists / musicians / filmmakers: all of them doing their work in Rotterdam. On Sunday afternoons, you can find some of the most creative people in Holland at Wohlfahrt in southern Rotterdam. These people actively fighting the institutional infection of governement subsidies (wich to my American ears still sounds like a rather strange battle when considering that subsidies are not even a part of the equation on that side of the Atlantic) and making some fucking good art.

^Roddy Schrock
Blog: http://www.thing.net/~roddys

Bulka quote
"And it's not just the press and the spaces. Art hardly matters now either. It's been a long time since I've done a review that talked about the work. I'm usually more interested in the crowd, the politics or some fantasy of the artist's psychology. The objects just aren't very interesting or important anymore. It's not a part of a dialogue, it's just more stuff."

^

Pauzewandelingen #2
Er is een grote tentoonstelling van kleine dingen en ideëen in het museum, waarover ik al heel wat weet, omdat mijn krant en mijn omroep erover bericht hebben. En dan waren er ook nog de kenners onder mijn kennissen, die altijd weer hun inzichten met mij willen delen. Zij geven nooit een opinie, dat is plezierig. Zodoende weet ik dat de expositie van Fischli und Weiss subtiel, betoverend, verwarrend en belangrijk is en dat het echte bij hun niet bestaat, ofschoon de werkelijkheid hun werkterrein is. Het echte maakt een gekunstelde indruk en het kunstmatige is moeilijk van echt te onderscheiden. Het werk met de vragen schijnt verwarring op te roepen door de eenvoud van de vraagstelling. De foto’s doen een beroep op ons vermogen in de wereldwijd gedeelde kennis van gebouwen en plaatsen op aarde een wereldwijd verbreide indentiteit te lezen. En de pijnlijk precies nagebootste alledaagse voorwerpen schokken de toeschouwer met betekenisloosheid, die in werkelijkheid—wat betekent dat nog in deze context?—om nederigheid en liefde voor de natuur vragen.
In onze tijd genieten wij van het voorrecht om de wezenlijke vragen van de kunst al te kennen voor we de tentoonstelling bezoeken. Vroeger was dat wel anders, dan moest je het met de educatieve teksten doen die op zaal voor een kwartje verkrijgbaar waren. Dat gaf een verwarring waar een conceptkunstenaar vandaag de dag goede sier mee zou kunnen maken. Het inzicht en de verklaringen in woord stemden overeen met het kunstwerk in de zaal, maar beide tegelijk consumeren was een tour de force. Het had iets van het spelletje: zoek de verschillen, maar dan tussen zulke abstractheden als een voorwerp en een bedoeling. Dan won de bedoeling vaak. En dat is toch lastig in een museum van voorwerpen. De educatieve teksten hadden heus hun opvoedende waarde, en zonder achtergrond geen voorgrond, maar het verhaal was altijd sluitend en een kunstwerk is niet sluitend, want dan zou het niet revolutionair kunnen zijn.
Nu kunnen we dus geheel geïnformeerd en zonder kwartjes en A4-tjes naar het werkstuk kijken én we weten hoe de bemiddelaar van de kunst naar de kunst kijkt en het kunstwerk in de context van de kunst plaatst. Wat toch een groot voordeel is. De kunst kan niet zonder de context, omdat de kunstgeschiedenis lijkt te hebben afgedaan bij de kunstenaars. Althans, zo begrijp ik het boekje Kunst in Crisis, waaruit blijkt dat de context van de bemiddelaars wel heel belangrijk aan het worden is. Want als zij het in de titel over de kunst hebben, dan bedoelen ze hun metier van kunst kiezen en ophangen. Zo hard gaan de ontwikkelingen die zeker ten goede zullen komen aan de kunst, daar de verwarring niet groot genoeg kan zijn. In tijden van turbulentie—denk aan de globalisering—en in tijden dat zelfs de bemiddelaar aan de kunst twijfelt, kunnen er niet genoeg mensen bij de productie van kunst betrokken worden. De kunstenaar die denkt dat hij alleen de kunst kan maken, kan maar beter de beste stuurlui aan wal op zijn bootje uitnodigen, want zij zien het stuurloze schip en hij denkt dat hij met zijn geslinger een performance doet.
Ooit op bezoek bij een kunstenaar, genoot ik heel erg van een van de sculpturen. Na aanschaf door het museum, vond ik op zaal er niets meer aan. Daar bleek dat het niet zo goede kunst was. En dat hoeft nu niet meer te gebeuren, omdat er genoeg jonge bemiddelaars te vinden zijn vandaag de dag, die de kunstenaar willen helpen een goede sculptuur te maken, zonder de vruchtbare twijfel aan het begrip kunst op te geven. Door lezing van dit grondslagenboek lijkt het dat mijn verering voor het Boijmans, in wezen als twijfel aan de kunst te begrijpen is. Bij het betreden van de Bodon-vleugel, word ik mij erg bewust van mezelf, en als ik de Grote Zaal—het grote wonder van neutraliteit en dienstbaarheid—nader, dan bezorgen de hoge verwachtingen mij een nerveus geluk, dat in de Zaal nog nooit gefnuikt is. Als 22-jarige werd ik nog nerveus en verwaand, daar ik meende dat ik met mijn bezoek aan de tentoonstelling van de Symbolisten mijn entrée maakte. Ik las romans uit de 19e eeuw. Deze architectuur maakt eer en aandacht los, omdat ze een vrijheid van ruimte en licht omhult. Er is geen beter stadion dan de Kuip en er is geen betere kunstruimte dan de Zaal. En het zou dus kunnen zijn dat al deze aandacht, die niet naar de kunst uitgaat, betekent dat er iets met de kunst aan de hand is. Wat er getoond wordt, lijkt nooit zoveel invloed te hebben op mijn bezoek aan het museum. Boijmans is voor mij belangrijker dan de kunstenaar en dus zijn de Zwitsers de dupe geworden: in tijden van crisis kun je wel iets beters doen dan kunstkijken.

^Jan Vermeijden

Pages is a magazine established by Nasrin Tabatabai and Babak Afrassiabi, artists from Iran who have lived and worked in Rotterdam for the last 10-15 years. Pages was recently presented in ‘News from Tehran 1’, a presentation of films and other work selected by Nasrin at the Witte de With Center for Contemporary Art in Rotterdam.

BvdP What made you initiate this project?
NT Last summer I went back to Iran for the first time in years because I wanted to know more about current Iranian art and artists. I was looking for ways to create exchanges with them and also develop the idea of a publication. And to see how we could take something from here to there because most projects are always the other way around … but being there, I realised it is not so easy to do this. There were lots of obstacles, official problems and hesitant artists. After returning to Rotterdam, I talked a lot with Babak. We decided to start on the first issue of Pages. Then, at a certain point, Witte de With's continuing project ‘Work in Transit’ enabled us to realize the magazine. We needed a beginning. Due to the complicated situation in Iran we had to approach this project from another angle, and we had to get to know more people in Iran to get things done. Pages is the starting point in reaching that goal.
BA We want Pages to create an opening for Iranian artists to say the things they want. We hope that Pages will become a platform for an exchange of thoughts and that it will actually generate discussion and become part of an ongoing discourse.
BvdP Are the texts mainly by writers living in Iran?
BA Yes, except Lisa Hassanzadeh – an Iranian/German architect living in Amsterdam.
BvdP Is it more important for the artists in Iran to have a platform here, rather than the other way around?
NT No, it is both ways. Our desire is to open up channels for a broader communication with them. Iranian artists are eager to know what is going on outside Iran. The internet or satellite is not enough. It seemed to me, for example, that architects in Iran follow more closely the developments outside Iran. Why? There is more information on the work of architects via magazines, websites, etc. But it is more important to have direct experience of an artwork in order to understand it than is the case with a building.
BvdP That is really a matter of distribution: there is a far better distribution network for magazines about architecture, film and television than there is for magazines about visual art. Architecture is also politically less dangerous. A building is functional and can be interpreted as such.
NT Yes, art works can be understood as ambiguous. For example, sexual or other connotations are more easily found if one wants. With a building that is less obvious, if present at all.
BA To go back to the starting point of Pages: the initial idea was the desire to create possibilities for projects or collaborations. Only a particular kind of Iranian art has so far been presented in Europe and the US. It is interesting to wonder what will happen if European artists are presented in Iran. Art is mainly viewed from a Western perspective. We should ask ourselves how these perspectives would work in Iran. There is hardly any exchange beyond these perspectives. Therefore we opted for the magazine format, which in the future will also include non-Iranian artists, artists’ projects, even unfinished projects or projects in progress. In this way the reader can be involved.
BvdP I think it is important to gain trust, both here and there.
N It is interesting that you say that, trust is an important issue here. At the beginning I felt that less from the side of Iranian artists, but through perseverance, and showing that you are actually taking the project seriously that changed. Pages creates both excitement and expectations, to continue with what we have started. Are you thinking about distribution on the internet?
NT We want to make a website that partly covers the magazine. The magazine should be distributed as much as possible in Tehran, and mainly by people travelling to Tehran.
BvdP Tell us something about your role. Do you see yourself as a curator or as an artist in this project?
NT As an artist I never worked directly with Iranian issues before, but I always felt that some Iranian and non-Iranian curators make use of these issues in an opportunistic way. They show images that are very superficial and there is a big market for that outside Iran. We hope to counteract that.
BA It should be seen as an opposition to the kind of imagery production that is being promoted in the West.
BvdP You want to create a discourse …
NT Yes, but it is not an easy task. It will develop gradually. We should travel more to Iran and obtain more trust. More people should be involved.
BvdP You don’t want to be a curator … but obviously the setup and content is also based on making choices. And these choices are based on your expectation that someone could play a role on this platform instead of just using this as an opportunity to put forward his or her objects. You had not been in Iran for nine years. How did you start with the selection?
NT It starts with one person, and they introduce you to another. You explain what you want and they introduce you to the next, and so on. So in that way you meet more people. The ball starts rolling. I started with a filmmaker I met during a film festival in Oberhausen. Then I went to Iran and met him again. He introduced me to another group, etc. During that summer I met maybe five people each day and we talked about what we wanted to do, and how they could work with that. If you don’t give something, if you don’t have something to talk about, obviously people won’t give you anything. So it is always reciprocal, never one way. The energy I found in Iran was really surprising, and that encouraged me. I got feedback. I met such interesting people and talking with them was already a challenge, which gave me a lot. For an artist that is very important: it can change your world.
BA Pages is not a project in which you only involve artists of your choice, it is a working process. The magazine is not a complete narrative; it is part of an ongoing thing.
BvdP And the next Pages?
NT The first issue addressed public and private in Iran from different aspects. We still have to see for the next issue … another aspect of public life in Iran is the changeability of space. Babak used a nice phrase: the hijacking of public space in Iran. For example, one moment a square is a normal square, the next day it could be taken over by a group of demonstrators. This happens a lot in Tehran. People and officials hijack spaces in different ways with the result that the look of the city changes continuously. Rules for public space change according to their (temporary) use. This changeability of space is something we would like to work with in the next issue. And we would also like to work with non-Iranian artists.

^Bik vd Pol

Mirta Demare
Boris Pas en Peter Redert, 18 januari t/m 7 maart

Boris Pas maakt prachtige pijnlijke sculpturen. Een kopie van een ligstoel uit piepschuim, een gemeentebank met prullebak—ook uit piepschuim. Een tot gort geperforeerde bezem, gerepareerd met gips. Alles is volslagen vertrouwd, en kan elk moment ineenstorten. Ik kende het werk van foto’s, en was er van onder de indruk. Op een onnadrukkelijke maar verontrustende manier lijken de beelden te gaan over oorlog, dood, hellende vlakken en schijnzekerheden, terwijl wat de ogen zien prachtig mooi, en vederlicht is.
Zoals het werk nu is tentoongesteld is het voor mijn gevoel volledig onschadelijk gemaakt. Er staat niet veel, er staat ook niet weinig in de ruimte, en alles is gelijkmatig verdeeld. Zo ver mogelijk uit elkaar tegen de wanden.
Ik weet hoe moeilijk die ruimte is: als je denkt dat-ie klein is, is ie opeens groot, en andersom. (ik ben er zelf ook niet uitgekomen). Maar wat mij betreft had deze keer alles voller óf leger gemogen; één werk misschien maar, of anders vol als een uitdragerij. Of is de white-box in het algemeen te dodelijk neutraal? Overigens gaat Mirta Demare na juni weg uit de ruimte aan de Blekerstraat, waarover ze zelf zei: commençar abajo.

^NT
zie verder: www.mirtademare-art.nl

DE PLAYER
Zondag 14 december Select Media Festival: Program Complet Matinee-Diner Show met allerlei 'resistance' uit Chicago, US: Misty Martinez, TV Sheriff and Trail Buddies, Creamster en DJ's Douggpound VJ Tek (OVT Visuals)

De players is de enige plek in Rotterdam die in staat is om op een liefdevolle manier, kunst en vermaak tegelijkertijd aan te bieden. Ze behandelen hun gasten als hun eigen kinderen. Een voormalig cafe op de hoek van een kruispunt onder een metro station zorgt voor een optimale bereikbaarheid. De club is op het eerste gezicht klein, maar op het tweede gezicht groot genoeg. Door hun gerichte uitnodigingsbeleid is er altijd genoeg plek voor mensen die van te voren reserveren. Soms wordt het programma twee keer op dezelfde avond aangeboden. Als de eerste groep gasten het eerste deel van het programma rond-geconsumeerd heeft, wordt die met een bus naar een buitenlocatie vervoerd waar men van het andere deel van het programma kan genieten. Onderweg word je natuurlijk voorzien van mobile entertainment zodat je niet naar buiten hoeft te kijken. Zo wordt ruimte gemaakt voor de tweede groep laatkomers, en is De Player groter dan het lijkt. Een doorkijkje in de vloer laat een stuk Alice in Wonderland zien. Vanuit dezelfde ondergrondse wereld wordt voor eten gezorgd. Het eten van vorige keer was lekker en gezond en goedkoop. Misty Martinez, de aantrekkelijkheid van deze tijd, een moderne ongeschoren meid zorgde voor een cream come true. Terwijl ze zichzelf overgaf aan de harde beats van de Roland xxx, werd ze van de ene hoek van de ruimte naar de andere geslingerd door haar zelf. Gevaar en genot gingen hand in hand. Het was de intro voor de dislectische Bush speach. De kleine wereld van de onkundige machthebber patroniseerde zich als achtergrond voor de wijdse wereld van deze mobile artists. De roze aap hielp een handje mee als soms een harde kick Misty Martinez tegen een monitor stootte, die omviel. Ondertussen klapte hij ook mee. (uw reviewer excuseert zich voor het herhaaldelijk noemen van Misty Martinez, er was veel meer gaande die avond). Bij de entree kon je getuige zijn van een 40-tal polaroid portretten van Amerikanen die zich kandidaat stelden voor adoptie door hun Hollandse collegaâs. Allemaal met goede redenen waarom ze de US willen verlaten. Aan de andere kant werden wij, de Hollanders, gevraagd om ons te laten polaroidiseren en daarbij een formulier in te vullen waarin we onder andere moesten vertellen waarom wij zoân Amerikaan zouden willen adopteren. Een voorbeeld van iemands reden was dat ie een Amerikaan wil adopteren Îbecause theyâre bigâ De uiteindelijke bedoeling van deze actie is me ontgaan. Wat mij het meeste opviel <ETH> naast Misty Martinez <ETH> is dat ik jaloers werd op het feit dat Amerikanen desparaat zijn om de notie Amerika te bekritiseren en het zich als Amerikanen mogelijk maken om zichzelf met alle beschikbare middelen te distantieren van het door de media gepresenteerde Amerika. Dit is een nieuwe vorm van arrogantie. Daarom vond ik de destructieve houding van Misty Martinez de meest oprecht kritische presentatie van de avond.

^Maziar Afrassiabi
peter@wormweb.nl

Cokkie Snoei
Olaf Martens en Lie van der Werff 14 februari t/m 14 maart 2004

Cokkie Snoei bestaat al sinds 1989. Cokkie is zonder twijfel de meest sexy, trendy en succesvolle galeriehouder van Rotterdam. Zij staat op de belangrijke kunstbeurzen van Europa zoals Basel, Keulen, Parijs en Madrid, lees ik op haar website. Vorig galerieseizoen had zij een sabbatical genomen. Dit is ongemerkt aan mij voorbij gegaan. Zij heeft een fijne neus voor wat hip en trendy is en wat niet, maar ook welke kunst verkoopt. Cokkie krijgt het voor elkaar om internationaal bekende kunstenaars als Paul M. Smith in haar galerie te lokken waarmee zij zich op het niveau probeert te manouvreren van Saatchi and Saatchi. Maar ook werk van Carolee Schneemann en Judy Linn heeft ze naar Rotterdam gebracht. In oktober 2003 presenteerde de Amerikaanse kunstenaar Judy Linn z/w portretten van vrienden, waaronder Robert Mapplethorpe en Patti Smith. Een van de eerste LP's die ik kocht was Horses (1975) van Patti Smith. Haar portret op de cover is van Robert Mapplethorpe. Zij was de eerste vrouw waar ik verliefd op werd, dat kwam door die foto. Bij de presentaties van Cokkie Snoei hangt altijd schandaal en sensatie in de lucht. Dit keer minder dan bij haar laatste show The New Gothic: Art For the Tortured Soul. Het werk van Lie vd Werff doet me denken aan de sexueel geladen papieren collages van Sico Carlier en Lidy Jacobs. Lidy behoort ook tot de Îglamour and fameâ stal van Cokkie Snoei. Sico is sinds zijn deelname aan de tentoonstelling Paper Works een van de kunstenaars die door Mirta Demare wordt gepromoot. Olaf Martens laat ge?nsceneerde mode-achtige glamour fotoâs zien waarvan ik er al zoveel gezien heb dat ik er ongevoelig voor ben geworden. Het zal zeker verkopen; een jong echtpaar met baby laat zich uitgebreid informeren over prijzen en pikante achtergrondverhalen. Op de introductiepagina van de website van Cokkie las ik: "...A frequent-flyer champion, our ebullient blonde matron of the arts is often in the company of one of the artists of her unique stable. They are sculptors, painters, designers, vidiots and photographers. Her fin de siecle space is unmissable when visiting Rotterdam. A Cokkie Snoei fan."

^RH
www.cokkiesnoei.com

Live & Direct
De Unie, 27 dec 2003
JazzSole~Da Circle of Sole
Optreden: Eska Mtungwazi, Londen


In het restaurant staat een enorme geprepareerde plaat. Een paar scaters gaan LIVE PAINTEN. In Arnhem hadden ze ooit een Televisiechinees, waar je op een groot scherm de koks je eten zag bereiden. Een vergelijkbare sensatie, waarvan het moeilijk wegkijken is. Dus kijk ik anderhalf uur hoe die jongens dat doen. Ze maken een contour, pielen op details en blijven precies in hun eigen deel. Dan alles inkleuren, glimlichtjes, schaduwen en diepte eroverheen. Het eind heb ik gemist, toen had ik ontdekt wat in de achterzaal aan de hand was: Muziek en dans! Af en toe wijkt iedereen uit voor een danser die plots gegrepen wordt, loskomt van de wetten van de natuur en ongekende mogelijkheden ontdekt in muziek en lichaam. Het zijn autonome dansen die om de muziek heen meanderen. Omstanders erkennen de wonderen; er wordt gekeken en aangemoedigd. Een beetje gereserveerd, alsof het risico bestaat de betovering te verbreken. Opeens is het dan af, en loopt de vloer weer vol. Da Circle of Sole wordt maandelijks georganiseerd door Humberto Ramos en Egbert Thomas (Innavision en Mind Eye). Ze zijn de feesten gaan organiseren die ze hier zelf misten: Broken beatz, jazz, future-jazz, space-funk, en de hele avond dansen. Dansers uit heel europa komen naar hun feesten. Een klein netwerk van mensen die voor een mooi feest in een zaaltje met goeie muziek en dansers honderden kilometers willen reizen. Zo was er een amerikaan die in München woont, en die hier zijn nieuwe moves uit Atlanta introduceert. Deze avond was de eerste van het project: Live & Direct. Die avonden moeten je laten voelen 'alsof je naar een goeie actiefilm bent geweest'. Voor hun live-acts putten ze uit de underground van de jazz en daaromheen. Da circle of Sole zoekt vernieuwing en avontuur vanuit de basis van de jazz: die is om te dansen. Volgende Da Circle of Sole: 28 feb, de Unie. Volgende Live&Direct: eind maart, ergens.

^
www.jazzsole.nl
website van steve coleman: www.m-base.org/sounds.html


TV Sheriff uit Chicago in DE PLAYER, Rotterdam 2004

Een hommage aan Jean Rouch
9 april in Zaal De Unie, Mauritsweg 34 Rotterdam (5min. lopen van Rotterdam CS)

De Franse filmer en etnoloog Jean Rouch overleed 18 februari j.l. op 86 jarige leeftijd onderweg in Niger bij een auto-ongeluk. Op 9 april – goede vrijdag - zal hij in zaal de Unie worden gememoreerd met een speciaal filmprogramma waarin zijn relatie met Nederland wordt belicht. Aanvang 15:30. Toelichtingen zullen worden gegeven door de filmers Philo Bregstein en Steef Meyknecht, en Catherine David, directeur van Witte de With Rotterdam.


Jean Rouch, documentary filmmaker, born May 31 1917; died February 18 2004.

9 April 2004 starting from 15:30 in Zaal de Unie Rotterdam. Special filmprogram about Jean Rouch’s connection with Holland. Four important works by and about the legendary French anthropologist and filmmaker, a pioneer of the cinéma vérité style of filmmaking who has been a major influence on the French New Wave and American Direct Cinema movements. Cinéma vérité is a term so frequently used that it is sometimes forgotten that the main instigator of both the label and the style was the ethnological filmmaker Jean Rouch, who has died, aged 86, in a car crash in Niger. Introductions by filmmakers Philo Bregstein and Steef Meyknecht, and Catherine David, director of Witte de With Rotterdam.

Organisatie / organisation: Rob Hamelijnck en Martin vd Oever. Reserveer op tijd! / tickets booking / entrance 7.50 Euro / 06-516.790.76 / 06-262.421.96 Films: Rouch en zijn Camera, Ciné-Mafia, Madame l’eau, De Bende van Rouch.

MIDDAGPROGRAMMA – aanvang 15:30

Inleiding door Philo Bregstein.
Rouch en zijn camera - Rouch and his camera / 1978 / 16mm / Philo Bregstein

Het eerste filmportret dat van Rouch werd gemaakt, opgenomen in Niger ism. een Afrikaanse crew in opdracht van de NOS-televisie.
Jean Rouch and His Camera in the Heart of Africa provides an in-depth look at the film work of Jean Rouch. Some of the films from which clips are included and discussed by Rouch and Bregstein are Chronicle of a Summer, Moi, un Noir, Tourou et Bitti, Battle on the Great River, Jaguar, Les Maitres Fous, The Lion Hunters, and Petit a Petit.

Lezing-Lecture Catherine David

Ciné-Mafia / 1980 / 16mm / Jean Rouch
Een ontmoeting van Rouch met Joris Ivens en Henri Storck in Katwijk aan Zee. Gemaakt ism met de visueel-ethnografische faculteit van de universiteit van Leiden. Het enig bestaande filmportret van Ivens op Nederlandse bodem.
Cinégraphic meeting between Joris Ivens, Henry Storck and Jean Rouch in the village where Ivens in 1929 filmed his first unique fiction film Breakers. The three friends discuss about their role-models Flaherty and Vertov.

Diner-Verité in het restaurant van De Unie. Reserveren wordt sterk aanbevolen! 010.422.73.94

AVONDPROGRAMMA – aanvang 20:30

Madame l’Eau / 1993 / 35mm / Jean Rouch
Geïmproviseerde speelfilm waarin Rouch en zijn drie Afrikaanse vrienden Lam, Damoure en Tallou in Holland op zoek gaan naar een geschikte windmolen voor irrigatiedoeleinden in Niger.
In this improvised film the African partners of Rouch, Lam, Damouré and Tallou go on a search for a solution for the drought problems in Niger. They go to the Netherlands, the land of water and windmills.

Inleiding door Steef Meyknecht
De bende van Rouch - Rouch’s Gang / 1993 / 16mm / Joost Verheij, Steef Meyknecht en Dirk Nijland.
Opgenomen tijdens de opnames van Madame l’eau, waarin de samenwerking van Rouch met zijn Afrikaanse vrienden Damoure Zika, Lam Ibrahim Dia en Tallou Mouzourane, en zijn werk-en denkwijze worden belicht.
Follows the film crew of "Madame l'Eau" and provides a glimpse behind the scenes as director Jean Rouch and his four friends from Niger make their film. This outsider's view of "Madame l'Eau" provides insight into how Rouch approaches his films.

www.hechicero.com/bilan.html
www.sensesofcinema.com


An Ungaro
Necklace, a Recoil 552 Champagne-Coloured Latex Jockstrap, Yohji Yamamoto Socks and a book entitled "Dear Friends".

Early December
The opening of the Fischli and Weiss show in Museum Boijmans Van Beuningen attracts quite a crowd, mostly locals. We arrive too late for ‘de consumptiebonnen’ no champagne either with or without consumptiebonnen. Joep van Lieshout and Daan van Golden are convivial.
Same week, I travel up to Groningen to photograph the dress rehearsal of a dance piece by Galama & Kho for which I did the costumes. Next day I visit the Groninger Museum, see an Erik van Lieshout drawing of Volkert van der G., interesting Gus van Sant photos, a Sottsass display and a recently acquired mint example of Masanori Umeda’s boxing ring.
Back in Rotterdam. Dirk and Yashuo, friends who recently relocated from New York’s East Village because one of them wanted to work in Rem Koolhaas’ sweatshop, invite Gerard Forde, who’s over from London, and me to Worm to see ‘Blissfully Yours’, a weirdly intriguing film by Apichatpong Weerasethakul with car-rides filmed through the rear window and a male lead who requires constant lubrication.
Off to Paris, my friend Christophe Chemin, a precocious 26-year-old novelist and visual artist who is entirely self-obsessed and yet somehow manages to be utterly charming, is reading and performing in a space called EOF in the Sentier. Gotscho is there and so is Thierry *****L Le Pin. Supper afterwards in Montorgueil. Following day manage to find time between errands to see ‘l’Art Rocaille’, works by Boucher, Watteau, Van Loo etc. Return to Rotterdam for a day or two and then travel on to London.
Mid-December
Run into Tariq Alvi at Rotterdam Central Station; he is on his way to London too but via Eindhoven. I want to catch the Eurostar in Brussels but the A’dam > Brxl train breaks down, as so often these days, this time in a field in Belgium. The delay makes me miss my connection. The Eurostar company puts stranded travellers in a hotel and I’m unexpectedly checking out restaurants and seedy bars on a weeknight in Brussels, which proves to be fun. Next day glide slightly hung-over through Brixton on the Eurostar around noon. Gerard Forde comes to meet me. In the evening we see the prophetic film ‘If...’ (1968) by Lindsay Anderson at the National Film Theatre.
We are looking after Tom the cat in Derek and Brian’s flat, which is an enormous and luxuriously converted millinery factory in De Beauvoir, a highly sought-after part of Islington. Being a descendant of mad Flemish hatters I love the location. Derek and Brian have dealt English Arts & Crafts furniture for 30-odd years so everything around us is art, craft or both.
We have to attend Radio Egypt’s last night in an East-End church. Radio Egypt is (or was) the nightclub du jour for London’s freaky boys and girls with facial hair and heels, and their admirers. Wolfgang Tillmans is there and quite sweet, everybody else is even more famous (legends know no code), aspiring models any gender, beer-spitting petite Portuguese brats etc. We go on to the LA3 and then the Orange until midday.
A few days later we trot down to the Cock, the nightclub du jour for London’s fashionable queer demi-monde, and their admirers where Marc Almond, one of England’s great perverse chanteuses is DJ-ing. Never heard him do this. Quite excellent. Does a particularly good job at elegantly murdering a George Michael song. Later Danny Wang spins Disco on Ketamine. Gerard’s best friend Philip Marshall, the adorable graphic designer of bountiful talent, is there and so are Mark Moore from S-Express, Princess Julia, retail slut Darren, Wolfgang Tillmans, and various Face and St Martins’ fashionistas etc. Great fun.
Gerard and I cycle over to Gareth’s modernist post-war Clerkenwell flat. Gareth is a curator of furniture at the Victoria & Albert Museum and a sweetheart serving drinks ’til the wee hours for a nice bunch of people wearing vintage Ossie Clarke. We are slightly shocked to learn that he recently trashed Yves Tanguy’s sofa that he inherited from his uncle Naum Gabo.
The extremely stylish Nadège arrives from Paris, staying with Marco who used to work in advertising but is now dealing vintage Haute Couture. Bourette also arrives from Paris to stay with us. Bourette is quite something. He works for Emanuel Ungaro, for whom he designs all the jewellery for the Haute Couture collections. He is a published poet of considerable talent, a performance artist to boot and heroine to the Parisian lesbian community. He is simply one of the most fabulous people that one could ever hope to meet. When he descended upon us life became even more hilarious than it had hitherto been.
Gerard entertains at the Millinery wearing vintage Balmain couture and Emanuel Ungaro heels customised by Christophe Chemin. Amongst the guests are Eustace Recoil 557, supplier of rubberwear to queer perverts and the stunningly tattooed Andrew who is Betsey Johnson’s personal hairdresser – she flies him out to NYC on a three-monthly basis. Recycling the Champagne bottles later that week is quite a job.
We all go to Clive, our abbreviation of Cock Live – the monthly club in Vauxhall. We wear Recoil 557, Bernhard Willhelm, Ungaro heels, Dior, Comme, English army surplus etc. Serious looks. Adamski performs in socks and kitten heels under his new name Adam Sky. He’s great. The Readers Wifes perform in boiler suits, Princess Julia fronts a band wearing black duck tape. Our French guests bump into lots of other French people who do London because Paris clubland is rather dull. We spot Gerard’s ex-shag and Christophe’s ex-flatmate the infamous La Radicale and Japanese clubbers proudly sporting their *****L tracksuits.
Bourette has to return to Paris to meet couture deadlines and we are joined by Christophe Chemin who has just returned from Egypt and is therefore improbably tanned for the time of year. Wearing one of his bespoke jellabas, he looks like a lost priest when we go to see Cocteau’s ’50s mural in the French Church in Soho on a cold windy afternoon.
We pop down to Brighton to see the ‘Dandy in Photography’ show, at the museum, a confused and somewhat disappointing exhibition put together by Jeremy Millar. But there were some of Claude Cahun’s beautifully sad pictures, including stilettos in a Talons in a pre-war Paris shop window. High tea at The Grand afterwards and it doesn’t get much higher or grander than that. A stroll along the beach and an intake of sea air—“fraiche” as Bourette would say. Gerard buys us Brighton Rock.
Complimentary tickets to see the Sigmar Polke show at Tate Modern. Christophe and I go. Among the other visitors is a group of loud, wealthy-looking Frenchmen. Christophe fills me in. The one with the botoxed face is Parisian fashion designer Jitrois. We are wearing layers of *****L sweaters on top of each other because it’s a frosty day and, according to Christophe, the Jitrois entourage is bitching about this. Later we see an interesting video piece by a German artist combining footage of Oscar Niemeyer’s Brasilia when it had just been completed with text fragments by David Wojnarowicz, more inspiring than the overkill of overrated late Polke.
Next day Christophe & Gerard have been to say hello to Gilbert & George, can’t stand that I wasn’t there!
Go to the Cock again because Christophe has never been. Right outside the club I run into my young Argentinian friend Ignacio Mardone who is currently living in Chicago with his London boy. Big fun! Never even knew he was in town. Princess Julia spins and waves to us a lot from behind her decks – childish pleasures.
Mid-January
Back in Rotterdam Martin C. de Waal has staged a performance at Cokkie Snoei’s gallery and throws an after party at De Unie sponsored by Vogue cigarettes, all under the somewhat unclear banner of Neo Gothic. He has teamed up with Karl Lagerfeld’s darlings & electroclashwannabee’s Vive la Fête from Ghent.
A duet on stage with them proves to be the highlight of the evening.
Off to Paris, where I’m listed at the Pierre Bergé sponsored ‘Monoculture’ party. They’ve flown in Tasty Tim from London to team up with legendary Patrick Vidal, all of this enriched by Bourette’s images on big screen.
Back in Rotterdam I return to the Neo Gothic art in Cokkie’s gallery. I still think the show’s title is a bit arbitrary, but nice work on show like Christian Holstadt’s photos using Bernhard Willhelm’s 2002 collection. Jack Jaeger and Lilly van der Stokker are visiting the show at that same moment. They apologise for hardly ever coming to Rotterdam any more as its, “art scene has become so enormously uninspired over the last few years”. Now they’ve made the effort because of Anna’s retrospective in Tent. I am happy I run into them, Jack is always extremely well informed and reminds me that it’s the last day of Anna’s show. I rush over there. It’s a lovely body of work, but displayed in a somewhat vague context. The show includes a lot of very sensitive works from museum collections. Because they are so tactile and attractive the Sunday-afternoon crowd is squeezing, poking and feeling them as if it were a 1972 experience. Look into Mirta Demare’s gallery where Peter Redert and Boris Pas’ show opens that afternoon. My architect friend Rhea Harbers and I take a ferry to Dordrecht where Geerten Ten Bosch is showing a selection of her drawings at Pictura (1774) in a show on family talent ‘Bloei & Vergankelijkheid’. Jannes Linders and Daria Scagiola are there, our friend the composer Paul de Jong shows up fresh off a plane from his hometown New York. We like jetlagged people and we like Geerten’s drawings beautifully displayed in a Dutch baroque cupboard.
Late January
The adorable graphic designer of bountiful talent Jop van Bennekom launches his latest Butt magazine in the lesbian club Pulp in Paris. He published my work in the first five issues, so I am curious. But I’m not eager to go all the way to Paris to hang out at the Pulp because last time I was there we were thrown out. Maybe if Geer Pouls, faithful Butt advertiser, drives his SUV to Paris ... The Butts brag about Wolfgang Tillmans as DJ and Malcolm McLaren as guest at their bash (can understand Malcolm revving up JC Castelbajac’s come-back, however, shouldn’t these guys at least court his Agent Provocateur of a son?) Speak on the phone next day to Parisian friends who did go to this launch, apparently it was a fun night. We all love Marcelo Krasilcic’s pictures of Scissor Sister Jake Shears and everybody seems to agree that he should have had the cover instead of tame closet case Michael Stipe.
Early February
Chic invitation for group show at Serpentine Gallery with works by Maurizio Cattelan, Martin Creed, David Shrigley, Tony Feher, Sarah Sze etc. Private view, dinner, party – but lack the money to travel on the Eurostar. Shame about the missed celebrity treatment and Hugo Boss sponsored Kensington Hotel though.
Next week, off to Utrecht where Siebe Tettero has organised a theme-show entitled ‘Vis Vitalis’ at the Centraal Museum of Netherlandish Old Master fish paintings and contemporary artists like Greek Cypriot Londoner Hussein Chalayan (who apparently got away with financing his latest fashion show in London with money from Utrecht) and an installation by my friend from New York Tony Feher. The shipment of one of Felix Gonzales Torres’ stack pieces (a sea view) from the States has unfortunately been delayed. Weird Flemish painting by the duo Erasmus II Quellinus & Peter Boel with Kusama-like masses of fish hanging from the sky.
Next day – dinner at the new stunning seventeenth-century residence of Siebe and Rolf in Amsterdam with a friendly party comprising a shoe designer, a web designer, a graphic designer, an interior designer, an illustrator, Tony Feher and an adorable Zeeuwse dachshund named Zwaantje. More talk about Hugo Boss here since De Rijke De Rooy have been nominated for the Hugo Boss Prize. The only art piece in this suite is by Lilly van der Stokker. Around 11 run for the last proper train back to Rotterdam.
Tony Feher visits me in Rotterdam later that week and I show him two architectural highlights: Van der Vlugt’s modernist villa adjacent to the NAi and Marcel Breuer’s post-war De Bijenkorf building with its stunning 1957 Naum Gabo sculpture. We bump into Sjarel Ex on Eendrachtsplein while discussing the mutilated Günther Förg sculpture there. Dinner at Martijn and Maher’s Unie with the adorable graphic designer of bountiful talent Nienke Terpsma and FGA’s editor Rob Hamelijnck.
Mid February
The adorable graphic designer of bountiful talent Yasuo Kishibe has been hosting and translating for Japanese artist Megumi Nakano who after a brief try at being a blond surfer girl Down Under has now decided to reinterpret traditional styles and techniques and thus only wears wildly self-designed kimonos. She shows in a space called MAMA in yet another Neo context: Neo Traditional is the theme here. Eventually I meet Megumi Nakano and her sister a couple of days later after they’ve been down to Paris in Chinese restaurant Orient with Yasuo and gallerists Sander and Boris. She shows us some commercial comics she is currently doing for a fasting products company that doesn’t seem to care at all what she comes up with. Hilarious stories about constipation and enema poke games. Later we learn the Japanese word for fag hag. Run for the last metro at Stadhuis.

^Sico Carlier, 20.02.2004

Colophon
Fucking Good Art HQ – Rotterdam | Berlin | Zurich
Artists/editors – Robert Hamelijnck and Nienke Terpsma
Collective – always working with a changing collective of makers and thinkers

Fucking Good Art is a travelling artists’ magazine or editorial project for research in-and-through art by Dutch artists and non-academic free-style researchers Robert Hamelijnck and Nienke Terpsma.

Fields of interest are: oral history, anthropology, documentary, investigative art and journalism, counter- and subcultures, anarchism and resistance, DIY self-organisation and DIT do-it-together strategies, and models outside the art market.

The first issue was published in December 2003.
English translation and copy editing – Gerard Forde
Webdesign – catalogtree.net
Co-publishers – Fucking Good Art, edition Fink (Zurich), post editions (Rotterdam), and NERO (Rome)
Distribution – MOTTO and Idea Books
Available in bookshops around the world and via our website

^