![]() #1 | #2 | IFFR#33 | #3 | #4 | #5 | #6 Munchen | #7 | #8 | #9 | #10 The Interviews | #11 | #12 Berlin | #13 Dresden | #14 | #15 | #16 Copenhagen export | #17 IFFR | #18 Riga-web radio | #19 Models for Conceptual Art | #20 The Swiss Issue | #21 aktie-editie | #22 Rotterdam Art Map1 | Traveling the World | send us an email Van wit naar donker In the field of players IFFR-Power:Play, Friendly Fire in TENT., performanceproject van Jeanne van Heeswijk en Marten Winters. Heel even vreesde ik mijn veilige anti-limelight modus te moeten verlaten toen ik tijdens het afgelopen filmfestival Rotterdam van de hoofdredacteur van de Daily Tiger (waarvoor ik toen werkzaam was) de opdracht kreeg om met collega/vriendin Nicole deel te nemen aan een castingsessie die de opmaat vormde van een performanceproject. Er waren rollen te verdelen, en wij moesten ons in de strijd werpen. Ik was vastbesloten om uitsluitend op te treden als observerende instantie, dus niet participerend. Met een schrijfblok in de hand zou ik verslag leggen van de wijze waarop Nicole furore zou gaan maken in het project In the Field of Players, een initiatief van kunstenaars Jeanne van Heeswijk en Marten Winters dat ondergebracht was in het festivalonderdeel Power Play. Een titel, zo zou blijken, die door de initiators niet alleen figuurlijk, maar ook zeer letterlijk was genomen. Het doel van de castingsessie was om voor de verschillende speeldagen specifieke groepen deelnemers te werven die onder leiding van een in kleurrijk lakleer gehuld damestrio een spel zouden gaan spelen dat vooral omschreven kan worden als onspectaculair, wat natuurlijk een eufemisme is voor gewoon erg saai. Maar dat is op de feiten vooruit lopen. Ik moest een deel van mijn soevereiniteit prijs geven, want een schrijfblokje bleek geen adequate bescherming te bieden tegen alles wat riekt naar een theatrale manifestatie. De speelvloer mocht louter betreden worden door gecastte deelnemers en dus werd ik ingedeeld bij de groep ‘publiek’ terwijl Nicole de aanmerkelijk hogere hierarchische positie van fluisteraar mocht bekleden. Wat ons te wachten stond, een paar dagen later in TENT, hield men angstvallig voor ons verborgen en dat maakte dat op de dag van de performance de deelnemers duidelijk onderhevig waren aan gespannen gevoel van onzekerheid. Iedereen werd persoonlijk door een van de drie gastvrouwen naar een plek in een gymzaalachtige ruimte geleid, waar strepen, stippellijnen, cirkels en kruisjes een vreemdsoortig patroon op de vloer vormden. Blijven staan tot nieuwe orders volgen, zo ongeveer luidde de opdracht die vooralsnog door alle aanwezigen braaf werd opgevolgd, tot de toegangsdeur zich sloot en heel geleidelijk bleek dat het spel al was begonnen. Een uitermate schaars geklede rondemiss liep volgens een dwangneurotisch stramien door de zaal, terwijl een veiligheidsbeambte een andere route liep, een badmeester vanuit zijn hoge stoel toezicht op het deelnemersveld hield en een touwtjesspringende man een monotoon gebonk veroorzaakte. Elders, zo bleek later, speelde een oude man twister met een jong meisje, terwijl in het midden van de ruimte keurig in het pak gestoken, mannelijke veertig plussers een merkwaardig haantjesgevecht met elkaar aangingen waarbij vooral de ellebogen gebruikt werden. Mannen van veertig jaar en ouder in een hoge culturele positie, zo luidde hun profiel formeel. Een powerplay dus, in een erg letterlijke zin van het woord. Alleen van een knulligheid die me verleidde om er een soort naar de jaren zeventig riekend anti-establismentstatement in te zien. Het ogenschijnlijke simplisme bleek echter deel uit te maken van een geraffineerd geheel dat zich alleen in het verloop van de tijd kon manifesteren. Zoals gezegd was het ontstellend saai: naast de boven omschreven handelingen gebeurde er in fysiek opzichte zo angstwekkend weinig, dat ik bevangen werd door een acuut verlangen om een einde te maken aan de verveling die zich alras meester van mij maakte. De lakleerladies liepen uitdrukkingsloos rond, hier en daar wat mensen als bordpionnen verplaatsend om iedereen die het waagde zonder hun toestemming hun plek te verlaten buiten het spel te sluiten. Omdat ik er toch met een missie was en mij de afloop niet wilde onthouden, bleef ik echter braaf staan om in een bijna zombieachtige staat van onderwerping te geraken. En daar, in een mentale en dus volledig individuele ruimte, vond de eigenlijke performance plaats. Door in fysiek opzicht in tergende, onzekere positie geplaatst te worden, ontstond de noodzaak om na te denken over datgene waar ik mezelf aan onderworpen had, waar de grenzen van de macht lagen die ik me op had laten dringen en waar ik de macht over mijn eigen positie weer zou kunnen herwinnen. Juist door het spel met cliché’s (de rondemiss, het elleboogwerk, de stoere veiligheidsbeambte, de verwachtingen ten aanzien van een spel waarbij spanning en climax onontbeerlijk lijken, alle cliché’s over macht) ontsteeg de performance het niveau van een onbegrijpelijk experiment om, in ieder geval voor mij, de dimensie te krijgen van een confronterende en zelfs ontregelende ervaring. ^ Kim vd Werff ROCCO Dus ik hoef niet zo’n stukje over kunst te schrijven zoals je ze altijd leest in de Provincialis P? Nee zegt Rob, daar zijn wij ook niet zo happig op, gewoon iets over het filmfestival, wat je hebt gezien en er van vond. Ik zie meteen Catherine Breillat voor me staan. De regisseuse uit Frankrijk verzoekt het publiek vriendelijk of men niet wil lachen tijdens de voorstelling van ‘De lichaamsbouw van de hel’. Dat wordt niet zo gewaardeerd. In haar film speelt de Italiaanse pornoster Rocco. Rocco is een soort Mussels uit Brussels, Jean Claude van Damme achtig type. Ik moet denken aan Asterix en de Romeinen als de stuurse Rocco zijn pilum in het rectum van Amira Casar stoot. Rocco, zegt mijn broer de volgende dag, die is heel beroemd! Je moet maar eens langskomen, ik heb een paar van z’n films op de plank liggen. Hij maakt tours door Oost Europa, en in elke stad staan dan een paar vrouwen op hem te wachten en hij neukt ze allemaal in hun hol. Dat is zijn specialiteit. Zit er altijd zoveel van dat intellectuele gelul in die films, vraag ik. Nee hoor, zegt mijn broer verbaasd, gewoon recht op en neer. Het paartje voor ons verlaat de zaal. Rocco komt terug uit de tuin met een riek en steekt de steel in de kont van Amira, die niet eens wakker wordt. ‘vrouwen willen altijd meer’, gromt hij gefrustreerd, en schaterend lachen golft door de zaal, en dan met die rollende zuidelijke r die het goed doet bij de vrouwtjes bromt Rocco ‘elle est la rrreine des putains’, en neemt een slok van de thee die hij net van haar tampon heeft gezet. Wat me doet denken aan een aardige vrouw die ik ontmoette met de naam Mary Magdalene. Ze werkt bij de New Yorkse Film Coop, leeft op een appartement zonder douche, maar beheert en distributeert experimentele films vanaf de jaren twintig, de nalatenschap van Jonas Mekas. Bovendien een fan van dezelfde films als ik, The Texas Chainsaw Massacre, of Spit on your Grave, en ze geeft daar zelfs les over op een New Yorkse universiteit. Hoe bestaat het, iets dat leuk is kan ook onderwerp zijn van een universitaire studie! De hele nacht over die heerlijke B-films gepraat. Natuurlijk haat ze Bush, wie doet dat niet tegenwoordig, maar ze heeft er een goede reden voor. Het gebouw waarin tachtig jaar filmgeschiedenis lag opgeslagen moest binnen twee weken ontruimd worden omdat een rijke aannemer het had opgekocht, en dat soort praktijken zijn mogelijk geworden door het bewind van George W. Moet er wel bijzeggen dat ik het niet zo heb op kunstenaars die Bush te onthoofden in hun films, Balkenende ondersteboven ophangen en dergelijke zaken,..ik geloof het gewoon niet. Als jongen van de straat, ik woon in Spangen, denk ik dan, pak een pistool of ga stemmen op Groen Slinks, dan doe je tenminste wat. Niet dat ik per se tegen ben op politieke boodschappen in kunst, maar wel op een zo voor de hand liggende manier. Ik denk bijv. aan de necrorealisten uit Leningrad onder communistisch regime, of aan het zwarte vierkant van Malevich. Niemand die er toen aan dacht om Stalin ondersteboven in een boom te hangen, ze zouden niet durven, en bovendien wat zeg je daar mee; Stalin wij houden niet van jou? Dat is geen kunst maar stom gelul. Kwam ook nog een zekere Josh Siegel van het MoMa tegen die me wees op de films van Ken Jacobs, oersaai maar wel heel erg goed; ik zag de films van Isaac Julien, die me erg aan Derek Jarman deden denken, en heb ook erg genoten van het DLIGHT programma met experimentele films, nee geen bioscoop bouwen in een museum en daar heel serieus over doen, maar experimentele films in een bioscoop, zoals het hoort. De beste film van het festival was ongetwijfeld ‘Rocco’ (Anatomie de l’enfer), omdat hij zo ontzettend grappig was, een echte aanrader. ^Jeroen Eisinga Transcription of a conversation between Chris Dercon and Isaac Julien Simon Fields and Chris Dercon developed the idea of presenting installations and hybrid works between cinema and the visual arts. This became the Exploding Cinema program. Isaac Julien is the first British artist in focus, it took eight years to get him in Rotterdam. In a sense Isaac Julien is a key figure who began as a filmmaker and then gone on to crossover to the visual arts and gained a substantial reputation as a visual artist. In a way he exemplifies of what Simon and Chris are trying to propose in Rotterdam: that cinema can be find in many spaces these days. This is a transcription of a part of their conversation that took place on Monday 26th of January.
Point of View POWER: PLAY IFFR-Exploding Cinema, curator Edwin Carels (B), Friendly Fire in TENT., Fight Club in Off_Corso. Met Power:Play wordt de invloed van de computergametechnologie op de beeldcultuur onderzocht en haar nauwe verwantschap met de militaire industrie en de representatie van geweld. Tijdens het Internationaal Film Festival Rotterdam doen alle Rotterdamse kunstinstellingen mee. Ik kijk er altijd naar uit deze twee weken per jaar is Rotterdam een echte internationale ‘beeld’-stad. De gezamenlijke programmering versterkt een ieders positie en geeft ook voldoende ruimte voor diversiteit. Het publiek beweegt zich door Rotterdam van het filmtheater naar het museum, van het restaurant naar de schouwburg, van een tentoonstelling naar een bar en terug naar de film. Rotterdam leeft, ademt opgelucht en blijkt veilig genoeg om ook in de avonduren publiek te trekken. Off_Corso. is compleet gevuld met een selectie aan computergames die in hun concept en vormgeving geïnspireerd zijn door de recente oorlogen in het Midden-Oosten en de relatief nieuwe oorlog tegen het terrorisme. Op verschillende schermen vliegen stukken Osama bin Laden in de rondte en wordt op woestijnachtige gronden gevochten tussen Amerikaans ogende figuren en mannen met baarden en tulbanden. De gamecultuur is behoorlijk up-to-date en stigmatiserend. Omdat ik zelf absoluut niet in staat ben om een computerspel te spelen, heb ik helaas beperkt toegang tot deze virtuele werelden. Na een paar drukken op de knoppen, ben ‘ik’ van achteren aangevallen of is er uit een andere onverwachte hoek een bom op ‘mij’ gevallen en is het ‘game over’. Het geeft me meer het gevoel dat ik met Barbie en Ken in Bush- en Osama bin Laden-kleding zit te spelen dan dat ik me werkelijk af ga vragen of dergelijke spelen moreel verantwoord zijn. Voor mij blijven ze lichtvoetig entertainment met een ongelofelijke cynische ondertoon. Het werk Q-Q-Q (2003) van Nullpointer in de tentoonstelling Friendly Fire in TENT. maakt wel indruk. De door Tom Bett gedeconstrueerde digitale gameruimte is tegelijkertijd herkenbaar en ondoorzichtig. Het geheel pretendeert geen werkelijke omgeving na te bootsen, maar schetst voldoende contouren om een omgeving te suggereren. Met een helder afgebakend toetsenbord beweeg je je in sneltreinvaart door steeds wisselende kleurrijke landschappen. Schimmen van figuren duiken op en verdwijnen. Soms ben je in staat via een figuur voor je uit te schieten, niet wetende wat je daarmee exact aanricht. Even later laat je door een verkeerde druk op de knop met veel geweld de hele boel exploderen. Juist het feit dat de gevolgen van je handeling een onberekenbaar effect hebben op het scherm, doet je aarzelen om nogmaals het toetsenbord te beroeren. Maar de nieuwsgierigheid overwint bij mij. Q-Q-Q staat in schril contrast met de sereniteit van de omgeving gecreëerd in het werk The House of Osama bin Laden (2003) van Langlands en Bell. Door middel van een joystick beweeg je door de steriele kamers van de laatste officieel geregistreerde woning van Osama bin Laden. Door het ontbreken van enig teken van leven of persoonlijk detail, verlies je echter al snel je aandacht. Het huis had een ieders’ huis kunnen zijn. Het werk van Langlands en Bell bestaat verder uit een video over een rechtszaak van een zekere Mr. Shah, een serie dia’s van de enorme hoeveelheid borden en vlaggen van hulporganisaties in Afghanistan en enkele door de kunstenaars ontworpen vlaggen met logo’s verwijzend naar deze hulporganisaties. Friendly Fire geeft verschillende ingangen tot de realiteit van het hedendaagse Afghanistan na de gewelddadige zoektocht naar Bin Laden, maar slaat geen directe brug tussen de werkelijkheid daar en de beeldvorming in het westen. De Afghaanse kleden met bommen en granaten als decoratieve elementen spreken meer tot de verbeelding. Edwin Carels zet met Friendly Fire een ‘non-spectaculaire en non-escapistische tentoonstelling neer, die een meditatief tegenwicht moet vormen tegen de manier waarop oorlogen worden afgebeeld en afgespeeld in videogames’. Hierin is hij zeker geslaagd: het contrast tussen TENT. en Off_corso. is enorm. Toch kun je je afvragen welke werken echt een kritische blik op de hedendaagse situatie geven. ^ Tanja Elstgeest Abel Ferrara: Not Guilty Omdat ik obsessief opzoek was naar de ultieme kunstvideo, art-film en documentaire heb ik verdomme alle porno gemist. Dat wilde ik ook zien, maar in plaats van naar de Brown Bunny te gaan koos ik op het laatste moment voor Abel Ferrara:Not Guilty van Rafi Pitts. Het is een prachtig document over een zuipende en constant pratende Ferrara die stuiterend over het beeld vliegt. De Franse filmploeg sleept hij met enorm veel energie door New York. Als ze op zoek gaan naar een van de filmlocatie van ‘Bad Lieutenant’, kan hij deze niet meer vinden. Na drie blokken gelopen te hebben herkent hij de set weer. De camerabewuste grappenmaker Ferrara wil niet dat het leven saai wordt en springt tijdens één van de nachtelijke ritten op zoek naar vertier en mogelijke filmlocaties uit de taxi en stapt achter op een scooter. Ze flitsen er vandoor, de cameraploeg volgt. En zo is het; niet Pitts heeft dit portret geregiseerd, maar Abel zelf. We zien een kunstenaar aan het werk. Spijt heb ik dus niet. ^ RH Fucking Good Article Voor een filmvoorstelling kom ik altijd op tijd en ik verlaat de zaal eigenlijk nooit voordat de laatste letter van de aftiteling uit beeld verdwenen is. Eén keer maar ben ik tijdens het afgelopen Rotterdamse filmfestival voortijdig opgestapt. Dat gebeurde tijdens ‘Twentynine Palms’ van Bruno Dumont; wanneer er voortdurend voor mijn ogen zo lelijk geneukt moet worden, dan ga ik liever naar huis om het zelf te doen, én beter. Ook in 2003 had ik er slechts één keer de brui aan gegeven. Dat was toen bij net een film teveel uit het delirische oeuvre van Guy Maddin, een van de filmmakers in focus dat jaar. Die overdosis van toen heeft mij gelukkig niet weerhouden dit jaar naar Maddin’s ‘The saddest music in the world’ te gaan, want die met bier gevulde glazen kunstbenen van Isabella Rossellini had ik voor geen goud willen missen. In januari zag ik ook nieuwe films van nog twee voormalige filmmakers in focus: Catherine Breillat en Julio Bressane. Die eerste had mij in 1999 moeiteloos om de vingers gewonden met een film als ‘36 fillette’ (1987) en deed dat nadien met ‘À ma soeur’ en ‘Brève traversée’, zodat ik haar haar zouteloze ‘Sex is comedy’ vergeven had op het moment dat ik mijn plaats innam bij ‘Anatomie de l’enfer’. Wellicht had ik mijn biezen moeten pakken toen die openingstekst in beeld verscheen waarin werd meegedeeld, dat voor de close-ups een andere vagina gebruikt was dan die van de hoofrolspeelster zelf. Nu zal Isabella Rossellini wel niet echt haar benen hebben laten amputeren, maar op een waarschuwing daaromtrent zit ik heus niet te wachten. Hoe mooi gefotografeerd ook, ‘Anatomie de l’enfer’ is netzomin cinema als een fake orgasme een orgasme is. De film is een drammerig manifest dat bol staat van pretentie en elke vorm van humor of twijfel ontbeert en daarom langs mijn koude kleren afglijdt. Lichamelijk zinderender gaat het eraan toe in ‘Filme de amor’ van Julio Bressane, zodat het er daar weinig toe doet, dat noch sperma noch penis zelfs maar proberen echt van iemand te zijn. Moet ik nu voortaan elke film met een waarschuwing vooraf maar mijden? Neen, want dan had ik een van de mooiste scènes gemist die mij dit jaar in Rotterdam onder ogen gekomen is. Twee vriendinnen vallen op dezelfde jongen; hij valt maar op één van hen en moet van de andere absoluut niets hebben. Met die eerste gaat hij het bos in om haar eens lekker te pakken, maar zij wil zover nog niet gaan. Zij zet het op een huilen, terwijl hij zich dan maar kwaad en verbeten tegen een boom gaat staan aftrekken. Het tweede meisje heeft het stel ongemerkt gevolgd en bij het zien van het slagveld brengt zij haar hand naar haar kruis. Zelden zag ik eenzaamheid en onvermogen sterker verbeeld dan in deze scène uit ‘Scent of the lotus pond’, een verder nogal langdradig melodrama uit Sri Lanka met ‘expliciete beelden’. In een verzamelprogramma zag ik nog de film ‘Pornographic apathetic’. Een hoorspelclub, die zich waagt aan pornografische dialogen. ‘Mijn kutje is nat, jippie,’ zegt een van de meisjes op verveelde toon. Waar of niet waar, maar zeker waarachtiger dan de echte pik van pornoster Rocco Siffredi die binnedringt in de kut van iemand die niet eens meedoet in de film van Breillat. ^ Albert Wulffers Colofon |
mr. Baltimor / Melvin van Peebles
Redactioneel Iedereen had het er over: Het IFFR 2004 is ‘de porno editie’! Maar er was meer. Ken Jacobs, de veteraan van de underground film, de legendarische eerste versie van Cassavetes ‘Shadows’, en het themaprogramma Power:Play met tentoonstellingen en debatten. Cinema Cinema, Hall of Mirrors, en Spell Bound waren halverwege de jaren negentig belangrijke tentoonstellingen die Cinema toonden in het museum en de discussie op gang brachten over de rol van Moving Image en de vraag stelden: wat is Cinema? Alles kwam samen in de Documenta11. De kunstwereld reageerde geschokt en klaagde steen en been omdat ze het gevoel hadden rond te lopen op een filmfestival terwijl ze waren gekomen voor een van de meest prestigieuse tentoonstellingen in de wereld. Exploding Cinema. Het filmfestival Rotterdam werkt sinds jaren nauw samen met de Rotterdamse kunstinstituten om installaties en hybride werken tussen cinema en beeldende kunst te presenteren, en zo de dicussie voort te zetten. Wij hebben een aantal kunstenaars en filmers, een curator hedendaagse kunst, en een film- en televisiewetenschapper gevraagd wat ze zijn gaan kijken, en daarvan verslag te doen. Dit is een verzameling observaties en gedachten geworden in de kantlijn van het debat over de hedendaagse kunstpraktijk in het domein van de video en film, maar ook gewoon een aantal prachtige reviews over de nieuwste films. Bijdragen FGA-Extra Editie IFFR 2004: Jeroen Eisinga, Tanja Elsgeest, Rob Hamelijnck, Marieke vd Lippe, Stella v Voorst v Beest, Kim vd Werff, Albert Wulffers, Mels v Zutphen. Fucking Good Art is niet academisch, historiserend of theoretiserend maar in direct-style vanuit het moment geschreven. FGA verschijnt onregelmatig in gedrukte editie en wordt door ons verpreid onder het motto: in selfless service to our community. Ook gratis verkrijgbaar bij Boekhandel van Gennep, Rotterdam en Artimo A-Z, Amsterdam. Rob Hamelijnck
Top 10 van intense filmervaringen 1 Documentarist / Harutyun Khachatryan (Armenië) Prachtig gedraaid filmessay (?), over leven (en dood) in Armenië en een van mijn favorieten. De scene waarin zwerfhonden worden afgeschoten (hondsdolheid) zorgde voor veel voorspelbare publieksreacties. 2 Five films by Jens Jonsson (Zweden) 5 korte films, enorm zwaar en deprimerend, maar heel mooi. Filmmaker is pas 30 geloof ik, maar heeft psychologische ontwikkeling van iemand die veeeeeel ouder is. Of zijn alle Zweden zo? 3 Atlas / Thanos Anastopoulos (Griekenland) De enige film waar ik ben weggelopen, wegens een voor mij totaal oninteressante, op de zenuwen werkende cast, camerawerk en de rest. 4 Il ritorno di cagliostro / Daniele Cipri, Franco Maresco (Italië) Eerst nog hard lachen vanwege vele rare gezichten en geniale film in film vondsten (vooral de dans film is een aanbeveling), daarna wat meer verslapte grijns op kaken en tenslotte uitzitten. Wel genoten van de italianen in het publiek die het grootste plezier van de wereld hadden en zeer smakelijk lachten van begin tot einde. Ook dat is een filmervaring. 5 The story of the Weeping Camel / Falorni, Davaa Eigenlijk een leuke kerstdocumentaire, zo zoet en lief,over een nomadenfamilie in Mongolië die kamelen houdt. Ik vond dat er teveel in scene gezet was. Bovendien, als je het dan vertaalt naar, -wat- voor- soort- mensen- zouden- dit- dan -zijn- als- het- in- Nederland- zou- spelen-?, dan kom ik uit bij een model gezin uit de jaren '50. Maar dat is waarschijnlijk een cultureel onverantwoorde methode. Wel kreeg ik zelf wat heimwee naar tradities en uitgebreide families. 6 The Pharaoh / Sinisa Dragin (Roemenië): film met een hoog irritatie opwekkend gehalte. Ik was er van overtuigd dat de hoofdrolspeelster (een koket, journalistenmeisje dat kirrend de vervuilde zwerver in zijn grijze baard kroelde) tevens de regisseuse zou zijn. Dat was niet zo. De regisseur bleek een wat kalende man te zijn. Dit liet mij met nog meer vragen achter. 7 Il Dono / Michelangelo Frammartino (Italië) Een wat lang, maar toch erg mooi dorpsportret. 8 Virumandi / Kamal Haasan (India) De laatste film die ik zag op festival. een fijne uitsmijter dit bijna 3 uur durend indiaas melodrama met zang en veel geweld, waarin de regisseur tevens hoofdrolspeler is. 9 Koportos / Livia Gyarmathy Eind jaren 70, Tsjechisch zigeunerdrama, waarin alles misloopt. Heel mooi. 10 La Ville de Pirates / Raul Ruiz Eigenlijk kan ik deze er niet bij zetten, want van de film heb ik nauwelijks iets gezien. Te overmoedig erheen, na te weinig slaap en een kop soep. Vechtend tegen slaap twintig minuten gekeken, onder hard geritsel en gekreukel van papieren zakje en alluminiumfolie verpakking van het surinaamse broodje achter me en het gegiechel en de mobiele telefonie van 4 pubermeisjes naast me. Toen in dat hele fijne tussengebied van heel diep slapen, en dromen met het geluid van de film als droomtrack weggezonken. Tegen het einde van de film wat beschaamd wakker geworden. Ik vond RR namelijk zo'n beminnelijke man en had graag zijn film(s) gezien. Stella van Voorst van Beest Meer Favorieten Albert Wulffers: 21 grams Alejandro González Iñárritu Ce jour-là Raúl Ruiz Elephant Gus Van Sant L’histoire de Marie et Julien Jacques Rivette Vai e vem João César Monteiro Rob Hamelijnck: Justiça Maria Ramos Abel Ferrara: not guilty Mels van Zutphen: L’Isola ![]() Jeroen Eisinga en Isaac Julien ![]() Kim vd Werff |