6 Augustus: Een (on)fatsoenlijke samenleving.

Door Joke van der Zwaard

.

Gemixte wijken, woningverbetering, zorgen dat sociale stijgers niet hoeven weg te verhuizen. Ik ben voor. Ook als daarvoor verbouwd of gesloopt moet worden. In de bestaande huizen wonen al mensen, die zouden ook onderdeel van de plannen moeten zijn, maar daar gaat het vaak mis. In praktische en sociale zin én in expressieve zin. Het eerste gaat over terugkeeropties, betaalbaarheid, behoud van sociale netwerken. Het tweede gaat over hoe er wordt gesproken en geschreven over de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ bewoners; daar wil ik het over hebben. Een oudere Chinees-Duitse dame uit de wijk Feijenoord zei ooit in een interview tegen me: ‘Ze kunnen hier wel mooie nieuwe huizen bouwen, maar op mijn hoofd blijft “achterstand” staan.’ Ze had het geluk dat haar kant van de straat ongemoeid bleef, maar ze had uit alle gesproken en geschreven teksten over de ‘wijkverbetering’ goed begrepen dat zij niet tot de categorie bewoners behoort die de wijk vooruithelpt. Integendeel. En daar was ze boos over. Ze voelde zich vernederd. ‘Van vernedering is sprake als vormen van gedrag of omstandigheden iemand een gegronde reden geven om zich geschaad te voelen in zijn of haar zelfrespect’ schrijft de filosoof Avishai Margalit in zijn boek De fatsoenlijke samenleving. Een fatsoenlijke samenleving definieert hij als ‘een samenleving waarin de instituties niet vernederen.’ 

Te zware woorden voor de onvermijdelijke emoties over noodgedwongen verhuizingen? Lees en luister naar verhalen van bewoners uit de Tweebosbuurt in Rotterdam-Zuid, die zich verzetten tegen de sloop van hun woning en de daaruit volgende noodgedwongen verhuizing uit hun buurt. Ze zitten vol met expressies van vernedering, van aantasting van gevoelens van eigenwaarde. ‘Wij zijn kennelijk afgeschreven’, zegt An Rook. Niet meer van waarde dus. ‘We worden vervangen’ (…) ‘Wij staan in de weg. We verpesten hun uitzicht’, zegt postbode/krantenbezorger/boekenverslinder Ahmed Abdillahi. Zelfs het zogenaamde lage onderwijsniveau van de buurtschool werd erbij gehaald, vertelt mevrouw Pelger. De getergde schooldirecteur toonde aan dat de leerlingen op deze school juist uitzonderlijk hoge citoscores halen. Geweigerd worden aan de deur van de discotheek, beleidsnotalezer Mustapha Eaisaonieym wist dat het kon gebeuren en stelde zich erop in als hij uitging. Discriminatie op huidskleur, sexuele geaardheid of geloof, het is voor hem een gegeven. ‘Maar toch niet op basis van je inkomen? Het kan toch niet zo zijn dat je welstandsniveau ervoor kan zorgen dat je je huis uit moet om plaats te maken voor iemand met een dikkere portemonnee? Dit zijn de vragen die mij nu in de nacht wakker houden. Lage inkomensgroepen doen er in Rotterdam niet meer toe.’ Klassisme, zou je kunnen zeggen, als het niet zo’n verschrikkelijk lelijk woord was.

Als de reputatie van je wijk zo onderuit wordt gehaald als bij de Tweebosbuurt is gebeurd door woningcorporatie en gemeentebestuur, dan kan je als bewoner denken: achterstand, werkloos, slechte taalbeheersing, verloedering, dit gaat niet over mij, maar blijkbaar wel over de anderen in de buurt, ik hoor hier dus niet, ik moet hier wegwezen. Vernedering verdeelt. Je kunt ook denken: dus zó kijken de mensen die het voor het zeggen hebben naar mij en naar mijn buren. Zonder iets van ons te weten, behalve onze belastinggegevens. En dan word je depri, moedeloos, je trekt je terug; of je wordt boos, opstandig, strijdvaardig, koppig zoals Edwin Dobber; en/of je blijft rustig, standvastig, zelfbewust en houdt je gevoel voor humor, zoals mevrouw Pelger. 

En ja, kunst en kunstenaars kunnen ook nog wat in zo’n situatie, behalve in de tijdelijk lege woningen gaan wonen en werken. Mensen in beeld brengen, hen een gezicht geven, hun verhalen optekenen en hun waardigheid laten zien. Zoals de fotografen Menno Jansen/Crooswijk in de Tweebosbuurt en Joke Schot in de Wielewaal doen. Mooie binnen- en buitenplekken maken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en spreken of gewoon kunnen zijn. Monumenten neerzetten om kleine en grote overwinningen te vieren. Letters en logo’s ontwerpen voor interne en externe berichtgeving. De actiebijeenkomsten optuigen met muziek, theater, performances; als oppepper, morele ondersteuning en versterking van de verbeeldingskracht. Visual reality technieken bedenken om alternatieve scenario’s te dromen en te denken. Moet ik verder gaan? Het begint met interesse, empathie en maatschappelijke betrokkenheid. En fatsoen dus.

.

De verhalen haalde ik uit het AD, Vers Beton, Volkskrant, Rijnmond tv en een rondje lopen door de wijk.

4 August: antwoord

Beste,

Helaas zijn er geen woningen beschikbaar en er is ook geen mogelijkheid om je in te schrijven.
Ik hoop je hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Mvg,

x

4 August

3 August: de faktor wonen

Onlangs bezochten we de onovertroffen Ton Rhijnsburger, sociaal advocaat gespecialiseerd in huurrecht. Zijn kantoor, het Advokatenkollektief Rotterdam—hoop in bange dagen—verdedigt onder anderen de bewoners van de Tweebosbuurt tegen uitzetting door Vestia, en helpt de bewoners van de Wielewaal om als coöperatie hun eigen renovatie en nieuwbouwplannen te realiseren, en niet onder de voet gelopen te worden door Woonstad.

Ton heeft overzicht over geschiedenis, feiten en details van de huizensituatie Rotterdam. Ik heb het jammer genoeg niet opgenomen, ons korte gesprekje, maar heb één ding goed onthouden: toen Ton begon te werken als huurrecht advocaat waren de prijzen voor de factor wonen in Nederland bij de laagste van Europa, nu bij de hoogste. 

Hij wil wel wat schrijven voor de blog. De korte vorm past hem zegt Ton. Commerciële advocaten rekenen af per A4 en zijn lang van stof, in de sociale advocatuur is bondigheid een verdienste.

Guest

This column is for “other sides”, for guests, writers and conversation partners. Novelist, critic and translator Vincenzo Latronico was our first guest. Scroll down to read his 5-days blogging starting on 19 July.

More soon!

2 August: Maison d’Artiste, 3 examples

Prospect cottage, Dungeness. Filmmaker, painter, and queer artist-activist Derek Jarman bought Prospect cottage in the spring of 1986. Foto © Geraint Lewis
Konstantin Melnikov, Moscow 1929. On the 3rd floor is his studio.
Cor van Eesteren Theo van Doesburg, 1923 Model Maison d’artiste.

2 August: Facts, fictions, experiments.

Reading a book in bed, just after waking up, triggers thoughts differently. Associations have some of the careless speed and suppleness of their sleepy flow. One line I read combined with something I heard yesterday, and the topic of this blog, branched off in some directions.  I’ll try to reconstruct that split second. 

I just read, in Donna Haraway’s Primate Vision: “the crude stuffing of P.T. Barium’s elephant Jumbo, who had been run down by a railroad train, the emblem of the Industrial Revolution.”  It is a scene in the Natural Museum of History in NY. In the last half of the 19th century, he taxidermist stuffed Jumbo, and also a silver back gorilla, later staged in a diorama of the mountainside that housed the taxidermist’s grave. 

This caused in my mind a visual memory of the Jumbo supermarket chain, the huge trucks and distribution centres and shops—busier than ever in covid-times—and something from yesterday’s conversation: Rob’s mother reminded me of how recent the omnipresence of the supermarket is. Talking about a Food Forest we visited, it surprised me that though she is a very active gardener with a great vegetable garden and bees and everything, she is sceptic and even a bit annoyed by the whole idea of a food forest. She told that when she was a child, the summer was a busy time because fruit and vegetables for the whole winter had to be prepared to conserve. There wasn’t a vegetable shop in the village and everyone grew their own. Chickens don’t lay eggs in winter, she added, so they were conseved in calcium water and really did not taste the same. 

This reminded me of 3 other stories all at once; somehow they seem to rest in the brain as filing cards, book spines, placeholders for more complex stuff—yesterday it wasn’t the right time to tell, but reading that Jumbo quote revived the pathway.

Story 1 is a story about food in the city of Zurich: in the time when the city first grew bigger farmers would come to town with a cow, ready to be milked at the door of the house where the milk was needed. When the city grew bigger and pastures were too far away for even that, “latteria’s”, ‘vacheries”, “Molkereien” were build in the city, to have the cows and fresh milk nearby till fridges were introduced. The Zurich Art Academy is housed where such a Molkerei was located. The slaughterhouse is still right next to it. 

Story 2: I forgot almost all details but it is about Rome and the ancient structure of food production for the city, the farms right around it. A friend photographed nomads still managing to herd their sheep in the wastelands of the outer periphery.

Story 3: a history of Brandenburg I just read, as the vegetable and fruit gardens of Berlin, a real dramatic rise and fall of centuries of ever increasing sophistication, and dumb destruction in the last few decades, the last few crazy regimes. (In Dutch, read here)

I have no idea actually: if it’s only 60 years ago that in a village everyone produced most of their own food, how did that work in a city? How would people in small city dwellings get any vegetables and how would they store anything: what would they eat? How is the food-story visible in the building story? In the first days of the pandemic and the lockdown, the talk of the town was the vulnerability of our system of last moment delivery. When everyone lives in tiny flats, are we all depending on last moment delivery? Did we, in cities around 1850? Re-realisation: the way of doing things that we know now is only very very recent, it can change in an instant. 

The amazon forest was a food forest, the latest scientific insights say, an agricultural project. Just mostly perennials, a radically diverse offer year round, thanks to clever planting and a friendly climate. So was it like the freshest of last-moment delivery, as massive storage? Maybe it isn’t “back to nature” but rather the most refined technology, the future? 

1 August: Nieuw Rotterdams gedicht

Snel weg

Het huis: te chic

te hoog te dor

te dicht te hard

te kaal te koud

te plat te glad

te luid te dood

te duur te duur

te dom en duur 

.

28 July: Utopia

Ambrosius Holbein (1518), Utopia Thomas More.

Anke Bangma, curator en programmaleider van TENT, platform voor hedendaagse kunst, komt langs op onze studio. Zij is een van onze drie partners samen met de Leeszaal West en het Wijkpaleis, waar wij deze zomer artists-in-residence zijn. We bespreken onze samenwerking. Door de COVID-19 loopt alles anders. De presentatie van onze nieuwe FGA publicatie met een tentoonstelling en events wordt doorgeschoven naar februari 2021 en wordt een editie van Rotterdam Cultural Histories, een samenwerkingsproject tussen “voorheen” Witte de With (formerly know as WdW) en TENT. Ik denk dat dit heel goed past bij ons project. Sowieso zijn wij voorlopig nog wel bezig met ons onderzoek.

Er is bij haar verwarring en twijfel over waar wij mee bezig zijn en wat we van haar willen. Dit brengt mij in verwarring. Ik dacht dat het helder was. Iedere kunstenaar en curator heeft zo zijn eigen onderwerp. Als die twee samenvallen dan klikt het. Ik dacht dat het klikte. Op dit moment zijn de maatschappelijke thema’s dekolonisatie, migratie, en ecologie zeer actueel. Belangrijke thema’s, maar voor ons persoonlijk zijn nu dit urgente vragen: Op wat voor plek willen we wonen en werken en wat kan kunst daaraan bijdragen? Welke alternatieven zijn er in een tijd waarin ruimte steeds schaarser en duurder wordt? Wat kunnen we van die alternatieven leren? En wat zijn de obstakels? Ons project gaat dus over Utopia. En wie weet bouwen we over een paar jaar met een groep een COOP of een Maison D’artiste, hier in de havens van Rotterdam of ergens anders. 

Een kunstenaar is altijd bezig met de kunst én het leven. Die twee kunnen elkaar enorm in de weg zitten, is mijn ervaring. Kunst kunst is voor mij strenge concrete kunst zoals bijvoorbeeld van Jan Schoonhoven van de Nulgroep; objectieve kunst, zonder emotionele waarde waarin de kunstenaar als persoon afwezig is. Heel fijn voor mijn hoofd. Wij zijn het tegenovergestelde. Wij maken geëngageerde kunst, er is veel emotie en politiek, en wij zijn altijd zichtbaar. Wij zijn activisten en ons magazine FGA “propaganda of the word”. FGA is de kunst van kritische kunst, en wij zijn iedere keer uit op systeemverandering, zowel in de kunstwereld als de wereld waarin we leven.

Voor minder doen we het niet. 🙂

28 July

Guest

This column is for “other sides”, for guests, writers and conversation partners. Novelist, critic and translator Vincenzo Latronico was our first guest, so scroll down to read. More soon!

25 July: Wie is BPD?

In het Canon Volkshuisvesting lees ik dat voor de 1ste woningwet van 1901 er lokaal al een paar honderd woningbouwverenigingen, stichtingen en coöperaties actief waren zónder geld van de rijksoverheid. Om dat geld te krijgen moesten ze worden toegelaten. De Vereeniging ter Bevordering van den Bouw van Werkmanswoningen in Leiden werd als eerste toegelaten. De eerste aanvraag kwam van de coöperatie Rochdale, een initiatief van werknemers bij de Amsterdamse paardentram maatschappij. Ja, dezelfde Rochdale van de Maserati-man Hubert Möllenkamp, het icoon van alles wat er mis ging in de wereld van woningcorporaties.

Wie is BPD die met Woonstad de Wielewaal wil slopen? BPD is Bouwfonds Property Development, een onderdeel van de Rabobank. Opgericht vlak na de tweede wereldoorlog in 1946 als de Bouwspaarkas Drentsche Gemeenten om nieuwe woningen te bouwen zodat mensen weer konden wonen. In 1993 beginnen ze het Bouwfonds Immobilienentwicklung in Duitsland, in 2001 nemen ze het Franse Marignan Immobilier over, en in 2013 wordt een kantoor geopend in Berlijn. Doel is betaalbare, duurzame, nieuwbouw huurwoningen voor huishoudens met een middeninkomen.

Sinds 2015 is dit de “primaire” doelgroep en is inkomensregistratie verplicht. Wat is middeninkomen? Voor sociale-huurwoning geldt inkomen tot 39.055. Dus volgens het Ministerie alles wat daarboven zit. Je maandinkomen moet minstens 4 tot 5x de huur zijn.

Hoe geloofwaardig is BPD en hoe zijn de bewoners van de Wielewaal hiermee geholpen? BPD is geen kleine corporatie, ze willen de Europese markt veroveren. In totaal hebben ze 30 kantoren. Dit gaat niet echt niet over liefdadigheid. ~~~~8}

Maar, er is goed nieuws! Sinds de nieuwe Woningwet van (1juli) 2015 kan weer iedereen een wooncoöperatie beginnen. Dat hebben de Wielewalers goed begrepen. Ik hoop dat ze de rechtszaak winnen en dat ze hun eigen plannen voor “betaalbare” woningen kunnen bouwen. Lang Leve de coöperatieve bewonersvereniging Wielewaal!

25 July: de Wielewaal

On the banner: New houses with an affordable rent: it IS possible!

This entry on our visit to Wielewaal Rob will write in Dutch, and me, my side, I am writing in English. They will be different versions, not translations, but that way most people will have an easy access then through one side or the other, and when they want to read further, the world wide web can be consulted for translation.

But you will have to wait a bit, I want to get this story right, it is important.
.

Anger and indignity are difficult to bear with, they are so thoroughly out of fashion too—even if the anger is totally justified, we are assumed to remain cool, calm, chic. In control. Effective. Goal oriented. The anger of that lady we met in de Wielewaal was completely justified, I think. More soon.

25 July, last blog entry by Vincenzo Latronico: Castle to castle

This is my last day in Bretagne for a while. I finished the dry toilet and freed the beams and lintels in a section of the house that had extensive water damage; as soon as the brickwork is replaced, we will be able to rebuild the rotten anchors.

Tomorrow, I will be driving south to Normandy, where an artist is starting another similar project in an ancient forge at the confluence of two rivers. The place still has the cast-iron turbine that used to power it in the nineteenth century, fed by an underground stream. We’ll build some floors. One month ago, I was doing the same thing in Germany.

My friend joked last week that what we’re doing this summer is moving “castle to castle”, which is appropriate because all these building are majestic ruins, but also not appropriate because it is how Louis-Ferdinand Céline described the months he spent with the Nazi sympathisers of the Vichy regime, retreating further inland as Allies and partisans liberated bigger and bigger swaths of France.

On the other hand, there *is* something appropriate, politics aside, in casting this as a retreat. The other day I posted the article in which I argued for a move to the countryside and a more communal form of living. This move could also be construed as an escape. People decide to leave cities, but this decision is informed by a financial pressure that can take the form of blackmail. It is not a serene decision to make.

This pressure will follow us – just like it followed other artists and writers in dilapidated industrial warehouses, in historically working-class neighborhoods, in immigrant communities at the margins of every big Western city – and to some extents it already does. A few weeks before the pandemic lockdown, a man in a Mercedes showed up at the manor house we were fixing in Eastern Germany. He was an executive at a major business consulting firm. Several multinational corporations, he said, had charged his firm with developing “distance co-working” solutions that could allow their teams the reward of a few months’ collective life on an organic farm – with a fast enough internet access to make sure they wouldn’t miss one single beat of meetings. He had a budget of several million euro to rack up as many big countryside properties as he could. He offered to buy ours. We declined.

The pandemic, I believe, will only accellerate this, as city dwellers realize that expensive, cramped spaces lose most of their interest when they do not provide access to a metropolis full of restaurants and treats; as companies realize distance work allows them to save money on facilities and offer comparatively smaller living-costs compensation; as villages and towns will transform after realizing that distance workers will form a particularly lucrative segment of new dwellers to attract, just like Richard Florida’s “creative neighborhoods” transformed to attract them two decades ago; just like economically depressed centers transformed to attract the stream of international tourists that Ryanair and Airbnb used to shoot at them, realizing only too late it was not a stream but a tsunami.  

And so it is likely that one day board meetings over Zoom will take place under the beams I strutted yesterday, and a thin, polished oak floor will cover the OSB planks I’ll be laying next week (or maybe the OSB will remain, to provide an aesthetic “authenticity”, much like the exposed brickwork and industrial steel beams provide authenticity to upscale burger joints and open-plan corporate offices). On that day some of these projects will survive, like the last squats standing in gentrified cities; some will fall apart; some will sell out and look for another opportunity somewhere else, farther from airports or the coast, with the payout obtained by having functioned, once more, as the explorers or cartographers or trumpet-bearers of speculation, which is what people did when they bought flats in Neukölln, inBerlin, after having been bought out of very cheap old rent contracts in Mitte; which is what I did in Milan. And then we will move elsewhere.

I’d like to end this blog on a somewhat brighter note, so I’ll remember this passage from Céline’s book, which today would be understood as the memoir of a Nazi apologist, largely because it is.

“Oh, if only I were rich, how I’d look at all this chaos, this whole squandering of nitrogen, carbons, lipids and rubber, this gasoline-scented crusade, this insane hangover, while remaining as calm as Napoleon!”

It occurs to me now that this note is not so bright, so I’ll use another quote, from Dieter Roelstraete’s catalogue text for an exhibition he curated at the Prada Foundation in Venice, about philosophers building huts (Wittgenstein, Heidegger, Adorno): “the garden, or the hermit’s cave, or the philosopher’s hut, the writer’s cabin and the composer’s cottage, is not a retreat: it is an attack.”

24 July: LEILANI FAHRA WAS HERE!

Leilani Farha, UN special Rapporteur on the Right to Adequate Housing bezoekt De Wielewaal en Tweebos en schrijft een brief aan de gemeente Rotterdam

“We need to reclaim the fundamental right to housing!”

In november vorig jaar was VN-raporteur Leilani Fahra op bezoek in Tuindorp de Wielewaal en ze heeft om hun te steunen een brief geschreven aan de gemeente Rotterdam. Wij hoorden haar naam voor het eerst in februari in de Leeszaal toen de Aktiegroep Oude Westen een film- en debatavond over de ontwikkelingen op de woningmarkt had georganiseerd en de film PUSH werd getoond. Er waren ook twee lezingen, van Vincent Kompier (stadssocioloog en Berlijnkenner), en Manuel Aalbers (sociaal geograaf en hoogleraar Universiteit Leuven). Leilani Farha’s termijn als Speciale VN-rapporteur liep af in april 2020. Zij gaat verder met haar wereldwijde campagne The Shift om huisvesting weer als mensenrecht te verankeren, in plaats van als handelswaar.

De coöperatieve bewonersvereniging Wielewaal hebben zelf bouwplannen gemaakt voor betaalbare huurwoningen v.a. 525,- euro per maand

Wonen is een mensenrecht! Zo simpel. In Berlijn waar de woningcrisis hoog is opgelopen zijn de slogans: Keine Spekulation en Wohnen ist keine Ware! Wonen is geen winstmachine, maar projectontwikkelaars, bouwbedrijven en  investeerders vinden van wel. In Tuindorp de Wielewaal staat er op de spandoeken: Wielewalers wijken niet voor de rijken! en Wielewalers wijken niet voor Woonstad! Woningcorporatie Woonstad en de gemeente Rotterdam weigeren al jaren om de bewoners een kans te geven hun eigen plan uit te voeren. De huidige bewoners willen 1:1 nieuw voor oud en zijn in beroep. Maar Woonstad/BPD wil het hele tuindorp met sociale huurwoningen slopen om er dure huur- en koopwoningen terug te bouwen. Deze opwaartse sociale mobiliteit bevordert ongelijkheid. Dit is een korte versie van het probleem Wielewaal.

Tuindorp de Wielewaal is in 1949 gebouwd als noodoplossing voor de naoorlogse woningnood en bestond uit 545 sociale huurwoningen. De spandoeken op het huis van mevrouw van Drunen bevestigen dat sloop het universele verhaal is van armen tegenover rijken, van machtelozen tegenover machtigen. 200 van de huizen zijn al gesloopt en de bewoners die zijn vertrokken kregen een vergoeding. Door die sloop voelen de blijvers/tegenstanders zich enorm onder druk gezet. 15 huizen zijn ooit gekocht en die mensen willen sowieso niet verkopen. En de laatste bewoners die zich blijven verzetten hebben zelf een slim en haalbaar plan voor nieuwbouw ontwikkeld: Betaalbare huurwoningen vanaf 525,- euro per maand Dat Kan!, zonder BPD/Rabobank. De uitspraak van de rechter is in november en er is grote kans dat Woonstad verliest op vormfouten.

Wilma Kuhn, kunstenaar en bewoonsters van Wielewaal laat ons het braakliggende terrein zien. De helft van de huizen van de Wielewaal zijn al gesloopt en bomen gekapt. Bewoners die hun huis verlaten krijgen een financiële vergoeding

24 July: Columns vanuit de Tweebosbuurt.

“A house constitutes a body of images that give mankind proofs or illusions of stability” schreef Gaston Bachelard in The Poetics of Space. The Politics of Space, verspreek je je snel—die zijn zo belangrijk omdat we de Poetics of Space moeten beschermen.

In Vers Beton een nieuwe columnserie, door bewoners van de Rotterdamse Tweebosbuurt, geschreven door Ahmed Abdillah en Mustapha Eaisaouiyen. Een reeks over verzet tegen de sloop van hun wijk—bijna 600 huishoudens is de huur opgezegd—en wat dit doet met de bewoners. Lees hier:

“In de Tweebosbuurt word ik ook gediscrimineerd op mijn inkomen”
Mustapha Eaisaouiyen in VERS BETON


.

.

23 July: The Right To The City

Henri Lefebvre presents a radical vision for a city in which users manage urban space for themselves, beyond control of both the state and capitalism. The book can serve as a guide and inspiration for concrete action to change!
Link to chapter 14: The Right to the City

23 July

23 July. Vincenzo Latronico: ‘the peak of fame’ and ‘A load of shit’

When I think of an artist moving to the city, I think of Lucien Chardon, the protagonist of Balzac’s Lost Illusions – an ambitious young poet feeling trapped in a small town as big things happen elsewhere. When I think of an artist moving in the opposite direction I think of a 1989 essay by John Berger, who moved to a small hamlet in France at a time which more conventional, careerist writers would have called “the peak of his fame”. It is titled “A Load of Shit”, and it begins like this:

.

In one of his books, Milan Kundera dismisses the idea of God because, according to him, no God would have designed a life in which shitting was necessary. The way Kundera asserts this makes one believe it’s more than a joke. He is expressing a deep affront. And such an affront is typically elitist. It transforms a natural repugnance into a moral shock. Elites have a habit of doing this. Courage, for instance, is a quality that all admire. But only elites condemn cowardice as vile. The dispossessed know very well that under certain circumstances everyone is capable of being a coward.

A week ago I cleared out and buried the year’s shit. The shit of my family and of friends who visit us. It has to be done once a year and May is the moment. Earlier it risks to be frozen and later the flies come. There are a lot of flies in the summer because of the cattle. A man, telling me about his solitude not long ago, said, ‘Last winter I got to the point of missing the flies.’

.

In the essay, Berger interweaves his description of the actions he undertakes in order to bury the year’s shit with reflections on the nature of evil; on Orwell, on the myth of the noble savage. He beautifully explains the difference between the agreeable smell of horse dung and the sickening one of human excrements: “on the far side of horse manure there are pastures and hay”, he writes. “On the far side of human excrement are putrefaction and death.”

Berger is probably the only writer who could have approach this topic with no interest in shocking or disgusting – actually, with his characteristic gentleness, his fondness for actions that humans have been carrying out since the beginning of times. Certainly, to his mind, this was also true of painting.

This fondness brings me back to another thing about Berger. It is an answer he gave in an interview. I have not read it myself, but a friend described it to me in such vivid details that it stayed in my mind. It might be spurious – exaggerated in my memory, or in my friends’ – but something of it rings true.

Apparently, Berger was asked by an interviewer whether living in the countryside he was still a communist. He did not answer. Instead, he said that every morning he took a hike through a forest and a field. He described at length the winding path through birch groves and pines, the smell of the soil still wet from the night, and the feeling of warmth seeping in as he gradually wound his way to a knoll that marged the edge of the forest. There, on a tree stump, he sat and waited for a peasant to appear on a path in the distance, across a field. He did it every morning. He walked slowly, deliberately, together with a horse – his co-worker and companion. They were both old. They had crossed that path every morning for most of their lives, and would go on doing it. Berger, in my recollection of my friend’s recollection of this interview that might never had happened, described at length the sight of their silhouettes crossing the field. What they were walking to was a day of hard labor, and sometimes the walk itself was rough – when the weather was bitter, or when the body was still hurting from a week of work. They walked slowly, deliberately; but at that time, in the early morning, their slowness was not a form of sabotage, or a reluctance; it was more like a celebration or a song.

“I do not know if I am a communist,” Berger then said.

22 July. Vincenzo Latronico: In Bretagne

Here in Bretagne, about a dozen strangers share a huge house that is only partially inhabitable. Everyone has their own room, but there is only one bathroom (I should finish building an outdoor compost toilet today). We need to work around it but it is relatively easy. The surrounding forest is so big one could lose themselves in there for days 

.

This brought back a sense of estrangement I felt a few years ago in Milan. I had just signed a 30-year mortgage for a small apartment in the periphery of the city, a fifth-floor walk-up that required me to work incessantly for four months in order to become inhabitable. I was scared of the financial commitment but also happy and proud. At night I would sleep in my sleeping back within a niche in the closet which I tried as best as I could to shelter from the construction site dust, and I would often lie awake in a mix of fear and excitement. I knew the floorplan by heart, by then, and knew also that the same floorplan repeated itself over every other unit in the building’s five sections. Below and around my bedroom were fifteen other identical bedrooms, the beds probably in the exact same position. Below the toilets, fifteen other toilets; and washing machines; and ovens; and showers. If standard kitchens have 4 cooking plates, this meant that below and around me were 64 cooking plates. Counting the neighbors I knew, I could realize this total of 64 cooking plates was there to make food for twenty-one humans. We could each be preparing three meals at the same time.
.

There are two levels of absurdity in this, the former being merely the sense of a customer realizing he’s been duped: even from a purely economical level, this kind of arrangement is blatantly inefficient.

.

But there was something deeper, something connected to what I’m doing now: the idea that the boundaries we traditionally accept between personal and communal space, between what’s mine and what’s yours, have not been drawn with our best interests in mind (both financial and emotional). Here I was, getting in 30 years of debt in order to add 4 cooking plates to the 60 already present in my housing complex in the periphery of Milan; and one more shower; and one more washing machine…

.

I would like to expand more but I have to get back to the compost toilet construction. At the moment, it looks like this:

.

20 July: Daydreaming

Gaston Bachelard, in Poetics of Space, writes: “We comfort ourselves by reliving memories of protection. Something closed must retain our memories, (…) and, by recalling our memories, we add to the store of dreams; we are never real historians, but always near poets, (…)

This being the case, if I were asked to name the chief benefit of the house, I should say: the house shelters daydreaming, the house protects the dreamer, the house allows to dream in peace. Thought and experience are not the only things that sanction human values. The value that belongs to daydreaming mark humanity in its depths. (….) Therefore, the places in which we have experienced daydreaming reconstitute themselves in a new daydream, and it is because our memories of former dwelling-places are relived as daydreams that these dwelling-places of the past remain in us for all time. (…)

It [The house] is the human being’s first world. Before he is “cast into the world” as claimed by certain hasty metaphysics, man is laid in the cradle of the house. And always, in our daydreams, the house is a large cradle.  (…) Life begins well, it begins enclosed, protected, all warm in the bossom of the house.”


Maybe I am so touched by reading this again, because of being in a holiday house with a long history, or even more precisely: because of spending a few days there with friends with children in a holiday house with a long history and a lot of life around it. We should become activists and unionists and rent strikers and all that is neccesary, so that everyone can have a house as a place that shelters daydreaming. To be near poets. 

20 July: Vincenzo Latronico, Just what is it…

I am currently in Bretagne, helping out a couple of friends with renovating an ancient building complex in order to start a farm and artists’ residency based on principles similar to those of that first place in France. Next month I will probably spend some time at an ancient forge in Normandy, where something of the kind is also starting. I spent the past eighteen months in Germany, renovating a manor house to start, yes, an artists’ residency.

These are only some examples. Something is happening.

The something that is happening can today seem a prophetically appropriate countermeasure to the way life in the city has changed after the covid-19 pandemic. However, while the virus could have been a catalyst for the process, its roots lie deeper than that.

I wrote about it a few months back for Swiss art magazine Provence:

.

Just what was it
that made yesterday’s cities so different,
so appealing


Picture a young artist. She might be writing or making music or making art. She comes from the countryside, a small or mid-sized town. She grew up ambitious and talented, with enough free time and support to allow her gifts to flourish. Her talent and work have been rewarded. She has published a short story, or had an exhibition. Her creativity is budding. She has a vision of herself establishing her practice, deepening her knowledge and widening her network, making it, making it big. What does she do?

Continue reading

19 July: Homesick, or Hermit in a Cabin#3

Catrina Davies’ writers cabin or shed in Cornwall, not far from the sea.

I sort of know where I want to go with my blogs. I start by looking at examples of the individual retreating in a single residential unit, a cabin or shed, often in the countryside but close to the city. Simultaneously we look at collective co-housing projects or COOPS that claim a place in the city as a response to the shortage of affordable housing. I believe coops are a serious liberation of the housing market and the failing housing corporations. This is super exciting. It is also about being in control of how you want to live and with whom, and how much it will cost.

It is not yet clear to me what our search will lead to and what kind of place we will find to live. Probably we just have to go through all the books, newspaper material and ideas to find our position on todays housing crisis, to find our “way out”. But we have a flashlight and we are exploring, bringing the unknow to the surface like a path. We have been wondering for some time: do we want to live alone in a shed on a piece of land or together with others in a coop and have enough space for people to visit? Another urgent question is: do we want to live in the countryside or stay in the city? Or maybe we can have both?

There is another book that is important to our project: Homesick, Why I Live in a Shed by Catrina Davies. I like it that the front cover of the book is very reminiscent of Thoreau’s edition of 1854, but the drawing of her cabin is slightly more hallucinatory. And I wonder why they didn’t use a photo back then. Perhaps a drawing appealed more to the imagination of the reader than a photo. Catrina Davies is using Walden as a lens to look at the current housing crisis in the UK. She quite literally uses chapters of Walden: Economy, Solitude, Where I lived and What I Lived For, Brute Neighbours and so on but of course her story is different. Nienke and I are using various lenses. After a personal crisis in Bristol Catrina Davies moves back to Cornwall and moves into her dads shed that was once his architect’s studio before his business went under on Black Wednesday in 1992. There she writes her book. Well, she rewrites her book because after a burglary everything is stolen including her laptop with her research and writing. All they have left of value is her cello.

The shed is an old dilapidated corrugated-iron structure of 18 x 6 feet, so 5,5 by 1.80 meters, in a small hamlet with a few houses. She cleans it and repairs and installs a wood stove, and builds a table from her father’s drawing board. As I read I find myself very sensitive to clues in which hamlet her cabin is. I am obsessed with finding it. For days I drive the Google car through the landscape, picking up the book, nervously browsing through it for more directions, I finally arrive at a crossroads and see the light blue shed. Bingo!

19 July

19 July: Vincenzo Latronico, Not at home

Years ago, I spent a couple of weeks at an artists’ residency in an ancient convent building in rural France. It is unlike most other residencies I know. It is entirely run and operated by its residents, who need to offer no application or CV in order to stay and focus on their work in a quiet, concentrated place. Costs, kept low by the absence of paid staff, are covered by a small nightly contribution paid by residents, which grants them a single room to sleep in and access to the place’s innumerable facilities – two libraries, two communal kitchens, a cinema, several sprawling dance studios, a wood workshop, a garden criss-crossed with rose bushes and inhabited by peacocks and hens. Any number of residents, from a few to a hundred, can share the space at any given time, crossing each other’s paths in the kitchens or across the building’s labyrinthine hallways and staircases, each on their way to their own spot for work.

*

I was working on a translation at the time, and had an extremely strong feeling for the place – its distance from the city felt invigorating, like shedding off weight, while the constant stream of residence more than made up for the isolation and lack of exchange which one might associate with countryside living. After coming back a couple more times, I volunteered to stay for a longer period and help with the running of the place.

The residency has no formal governing body or assemblies, most decisions being taken by its more dedicated residents over loose conversations and e-mail threads; but its founder, a coreographer now in his 70s, has an unofficial say over many issues that have to do with the daily running of the place. It was him who took me aside to talk about my offer.


He said I was welcome to stay for a few months and help out. However, he said, there was something I should keep very well in mind. “You are not at home, here.” The conversation ended shortly after that. He had been living in that place for over a decade.


That advice shook me. I took it as a pre-emptive rejection, or as a sign that, formal equality among residents notwithstanding, there actually was a core group of people who could be at home there and others who could not.


However, I did stay; and then I left; and came again, and left, several times, the last of which was the day before yesterday. Over time, I came to drastically reconsider Jan’s advice. Initially I it took as a pre-emptive expulsion of sorts, much like a romantic interest who’d tell you on a first date that they are only looking for occasional sex. It later occurred to me that it was the opposite. If a place is someone’s home, it is not-home to everybody else. A space that aims to feel welcoming and inclusive to over a thousand artists a year, many of them there for the first time, cannot be anybody’s home: because this would make them guests. In order to avoid this asymmetry, and keeping the institution as open as possible, its stewards must try to find a way to inhabit a place while not making it their home.


I would not know precisely now how this translates into daily routines and behaviors, but I would say there is a lightness involved, a delicacy of touch – leaving no traces, both material and otherwise; occupying all the space needed but only for as long as one needs it, always allowing one’s boundaries to be porous and up for negotiation. For a place that is not your home you care both more and less; you respect its rights in a different way – like, maybe, one relates differently to a dog not one’s own. Over time, I came to realize this way of inhabiting can free up a lot of energy and mental space. I came to realize it facilitates concentratration and thoughtfulness, while also enabling a curious, reserved form of generosity towards others. I came to realize it is a way of inhabiting that I like. It makes me feel at home.

.

18 July: Zeeland

Traffic jam on the road, on the dike, on the beach, in the supermarket. It’s more busy than anywhere in Rotterdam, and I wonder why do they still want to build 400 new holiday houses in the brand new private-public “nature resort” here? During the first Covid wave this whole province was closed off for months, because the infrastructure, for instance hospitals and doctors aren’t sufficient during high season. It says something about the the numbers of inhabitants and tourists, and about the Dutch reality of having less and less well-equipped hospitals outside of the big cities. In the meanwhile these holiday houses are advertised as a great investment, and all open again. You’re not allowed to live there, but they take up more and more space, endless fields full of identical one-family houses, which are probably as big as many new apartments in the city, and inhabited maybe a few months a year. In today’s Volkskrant an interesting article by Floor Milikowski, social geographer and critical voice in the debat on recent developments in Dutch cities. The article focusses on the growing inequality between shrinking rural areas, and the increasingly wealthy and extractive cities. She unravels political choices since the 80s leading here. She recalls a one-liner by a Shell CEO, in an official advice to Prime minister van Agt in 1982: Don’t back the losers, pick the winners.

Guests

This column is for “other sides”, for guests, writers and conversation partners. We’re happy to announce that novelist, critic and translator Vincenzo Latronico is the first guest. More soon!

17 July: Wall of Shame!

Hefkwartier Rotterdam gebouwd door makelaar TW3 en de twee ontwikkelaars AM en Dura Vermeer. Prijzen van ± 250.000—785.000 “Veel Rotterdamser kunt u niet wonen”

Ongeveer één derde van alle Nederlanders woont in een huis van een woningcorporatie. Woningcorporaties zijn semipublieke instellingen die als kerntaak hebben het huisvesten van mensen met een laag- en middenlaag inkomen. Volgens Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft zijn er 315.000 woningen tekort. Ongeveer 40.000 mensen leven op straat en 80.000 op een camping of vakantiepark, en veel jongeren blijven thuis wonen. De afgelopen 15 jaar hebben een aantal corporaties zich vooral met andere dingen bezig gehouden dan hun kerntaak.

De Amsterdamse Rochdaleaffaire, de Rotterdamse PWS-affaire (tegenwoordig: Havensteder), het drama met de SS Rotterdam waardoor Woonbron 227 miljoen verloor, de Vestia-affaire, Wooninvest in Leidschendam-Voorburg, Rentree in Deventer, Servatius in Maastricht etc., hebben de woningbouwcorporaties de reputatie gegeven van graaiers. Ze worden allemaal verdacht van fraude en zonnekoninggedrag.

De conclussie van Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties in 2014 naar het stelsel van woningcorporaties en de misstanden: Een onafhankelijke toezichthouder met stevige bevoegdheden moet woningcorporaties gaan controleren. Maar wie gaat er die huizen bouwen die zij moesten bouwen? Hoe dieper we in deze kwestie gaan hoe sterker mijn overtuiging om zelf een COOP te bouwen. Maar waar en met wie? In Amsterdam heeft de zelfbouw coop de toekomst. Wethouder Laurens Ivens wil de komende 4 jaar er 14 bij.

In 2015 werd de voormalige corporatiedirecteur Henk Sligman van PWS veroordeeld tot twee jaar gevangenis voor het wegsluizen van een miljoen euro naar een Zwitserse bankrekening en valse facturen. Hij is de eerste van een reeks verdachte corporatiebestuurders. De Maserati-man en icoon van alles wat er mis ging in de wereld van woningcorporaties Hubert Möllenkamp van Rochedale, vond het heel gewoon om een Maserati als dienstauto te hebben. De wagen met chauffeur kostte 8.475 euro per maand. Hij werd in 2009 op staande voet ontslagen en in 2017 veroordeeld tot 3 jaar gevangenis. “Het hof is van oordeel dat de verdachte zich op grote schaal, voor ongeveer een miljoen euro, heeft laten omkopen. Hij heeft zich ook schuldig gemaakt aan witwassen, oplichting, het doen van een valse belastingaangifte, valsheid in geschrift en meineed.” Het OM eiste tegen Peter Solinger van Wooninvest in Leidschendam-Voorburg één jaar gevangenisstraf vanwege belastingontduiking. Hij liet zich betalen door zakenpartners van de woningbouwcorporatie en sluisde het geld door naar een Zwitserse bankrekening. Volgens de rechtbank is bewezen dat Solinger in 2003 en 2004 ruim 2 miljoen euro niet aan de fiscus opgaf. Van dit geld zou hij een huis in Frankrijk hebben laten bouwen. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur en heeft een schikking getroffen met Wooninvest en de belastingdienst voor een bedrag van 2 miljoen euro. Tot slot de Vestia-affaire met Erik Staal, het symbool van wanbestuur en de graaicultuur, met een jaarinkomen rond de 5 ton. Begin 2012 komt het schandaal Vestia naar buiten, de grootste woningcorporatie van Nederland. Schade ongeveer 2,7 miljard die de huurders moeten opbrengen. In 2017 wordt hij gepakt en eist de officier van justitie 3,5 jaar, hij krijgt er twee. “Tien jaar lang had hij zijn vingers in de suikerpot”, en verduisterde 1,7 miljoen. De rechtbank Rotterdam acht het bewezen dat Staal zich schuldig heeft gemaakt aan vervalsing, verduistering, diefstal en witwassen. Spijt heeft hij niet echt.

17 July: New path to old place

Luca Napoli, who designed and build this new blog for us (praise to him), just solved a small mystery. On my laptop, with its old browsers, and duckduckgo installed, I couldn’t go to most parts of our own website any longer. The solution was a real relief, as every puzzle solved, but it was also something that seems vaguely meaningful and relevant, so I share it here, in my limited understanding: Luca had to build an extra route for old browsers to find an existing but obsolete pathway back to the new address of the old library.

* * *

16 July

16 July: yesterday today

A book arrived today: wonen, gisteren, vandaag,
Joop Hardy, Dirk van Sliedregt, Bernard Majorick, 1957.

A book arrived: wonen, gisteren, vandaag, 1957, by Joop Hardy, Dirk van Sliedregt, Bernard Majorick. It starts with the basics: humans started to build to protect their sleep and their dream. I like the title, a verb, no capitals: wonen, habiter, dwelling, to inhabit. In both Dutch and English there is a root in habit, “gewoonte”, “wennen”, which makes total sense of course, and in a Dutch etymology dictionary there is also “tevreden zijn”, being content. More surprisingly it is also, kind of sideways connected as I understand, to “wanen”, and “winnen”, which relate to wanting and desiring, and obtaining through effort. 

.

10 July: Colony of Rabbits_De Warren

Volkskrant 25 Oktober 2019, Bouw je eigen huis, De Warren, Ijburg Amsterdam. Read full article here

Why is it possible for a group of young creative people without money and capital to build their own coop in Amsterdam, and the coop Het Rotterdams Woongenootschap can’t get it done? The examples of successful coops are clearly the Genossenschaften from Switzerland, and this cooperative form slowly wins from the corporations, we published in our FGA#38. The COOP take-over!

Chandar van de Zande, who is one of the founders of De Warren explains that it is actually not that complicated to start a housing cooperative yourself. Of course you need a group of benevolent enthusiastic people, and an architect who knows how to build an ecological wooden residential building with 36 houses and 800 m2 of common space. And more importantly, a municipality that embraces these kind of projects and makes them possible by giving support, permits and a piece of land! That is the key. Here in “hardwerken” Rotterdam, the big real estate boys and the housing corporations are in charge. And we all know what happens when people get too much power, then they start grabbing from the cash box and things go wrong. That is exactly what happened here with former CEO Erik Staal of the Vestia housing association. With a big mouth you get everything done here. 🙁

Back to De Warren, the colony of rabbits. How did they do it? They tick all the boxes: collective, self-managed, circular, sustainable, sharing economy, energy efficient, affordable rent and social. That’s what we all want. And then there is the long-term “Broedplaatsenbeleid” incubator policy in Amsterdam and two people who make initiatives like this possible: councilor Laurens Ivens and Clemens Mol, the godfather of the housing association Soweto. Is self-management the solution to the crisis in public housing? I think so because the housing corporations are not getting it done. But I also strongly believe that it is a duty of the government, because the current shortage is 315,000 homes (CBS).

De Warren claims it is the first self-build residential cooperative (coop) in the Netherlands. I find this claim biased because since 2015, 44 adults and 7 children live in the self-build coop Iewan in Lent. To make it work, they teamed up with housing corporation Talis, and had a lot of goodwill from the municipality of Nijmegen and the province of Gelderland. De Warren asked the German bank GLS for an 80% guarantee. But ultimately the goal is the same: realize your own idea of (communal) living and place and not who was first. All together now.

10 july: De Warren

So we search for interesting experiments in how to organise space to work and live, in the Netherlands. For FGA#38 we found out a lot about coops in Switzerland: places that are planned and build by a group of people, each a very specific proposal on what is a good life, what one needs as private space, what is easier/cheaper/more ecological or more fun to share. How to organise a diverse group and keep a place lively in the long run. In Switzerland these coops are a real factor in moderating the sky high housing prices. It seems there are not so many of these projects in the Netherlands, but there are some. 

In a 2019 newspaper in my COOP-What Life Could Be archive I read about a new COOP in Amsterdam. Green, sustainable, affordable, to be build soon, in one of the new areas of Amsterdam. It is called: De Warren. “Building like it’s never done before” is the headline, and “Build your own council house”. A group of people with a maquette on a building site. Their PR is good! 

I wanted to meet the people to find out more, and today we’ll go to Amsterdam and meet Chander van der Zande in De Ceuvel, an area with old ships parked on a polluted harbour shores, with studio’s for “creatives”, a bar, all kinds of uses, and at the moment also: shelters for refugees. It is wonderfully green and lush, around the ships and boardwalks connecting them, but a bit deserted. Because of Covid? Chander was involved in de Ceuvel, and is now one of the core team working on realising de Warren.  

We recorded a one hour conversation that needs to be transcribed and edited, but for starts, here’s a short version of what I learned: they are a group of around 50 people of 20- and 30-something, most of them with plenty experience in living together (Chander lists the skills that help—more later). They could take advantage of a special moment in time with a city council that wants to do something about the housing crisis, and decided to experiment with co-ops. Via a competition groups could propose a plan for a coop in a newly developed harbour area, and as winners de Warren had back wind for a great start. With bank loans, grants for green building and some crowd funding, they managed to gather a huge budget, and with a good plan, willpower, a big mouth and and enormous energy they seem to manage to do it! 

What a contrast to the situation in Rotterdam, where het Rotterdams Woongenootschap, also group who’s proposing to build a coop, recently had to swallow the huge disappointment that the city is AGAIN giving the land that they were planning and negotiating to build, simply to the highest bidder who will not offer anything else to the city than more expensive apartments. Link

One thing that the Zurich coops we visited find important and try to give shape in their bylaws—and the Dutch less, as far as I see till now—is some social, economical, generational diversity of the inhabitants, and maybe also a focus on how things will function in the long term. But maybe I’m wrong, we need to find out more.

.

8 July: Hermit in a Cabin #2

photo by Richard Barnes, FBI storrage in Sacramento

This other hermit I have to think of is Ted Kaczynski a.k.a. the Unabomber. He lived in a 10 x 12-ft. (3 by 3.6 m) cabin very similar to the one of Thoreau, only a bit smaller and not so nicely made. He lived close to Lincoln, Montana, from 1971 until he was arrested in 1996. For almost 25 years he lived a simple life and his original goal was to become self-sufficient and live autonomously, with little money and without electricity or running water. Such a lifestyle was not unusual in the area, I read. He glued a small sign on the wall saying, “Taking a bath in winter breaks an Indiana law.” He taught himself survival skills like tracking game, edible plant identification, and organic farming. After the arrest the FBI transported the cabin in one piece to a warehouse as evidence in court, sometime later it was put on display at the Newseum in Washington, D.C.. On a Youtube video I see a dark one-room cabin with shelves packed with stuff, a work bench, a potbellied stove and a folding bed at the side. It had just two tiny windows so it must have been very dark inside. On one of the photos I see a zithar harp hanging on the side of one of the racks. In addition to making bombs and writing his famous 30 page long 232 points manifesto Industrial Society and Its Future, the Unabomber apparently also made music.

8 July: “Looking for a gettaway?”

“Looking for a gettaway?” air b&b advertises on me, after finishing a conference-call. Another add I saw today: Do you have a house? Start making money with it: Bellavilla! It seems there are more and more houses for sale, but prices still go up. A friend found a flyer on her doormat saying: “we want your house”, and: “fast, discreet and safe—we sell your house for you”. It happens a lot. It makes it hard to escape the logic of the day: a house as a commodity, a money maker, an opportunity.

A quote pops up in my mind as a reply, a title of a book by Ursula Le Guin: Always Coming Home. I google it and find a youtube video of a public conversation, together with Donna Harraway and James Clifford. ‘Ursula I am really jealous of that title”, James Clifford, says. They crack a few jokes about theory as something to avoid, and seriously discuss Ursula Le Guins wonderful essay “California as a cold place to be”. I like the idea of cold and hot places, and though hot sounds more attractive than cold, Rotterdam is becoming so hot many people cannot keep our feet on the floor without dancing. 

It reminds me of another youtube video: dr. Jane Goodall in front of bookshelves with family photographs and souvenirs. “It is our fault”, she says, talking about covid. We invaded the space of the animals. It is the wet markets of china, the bush meat of africa, and equally dangerous is our intensive farming. She talks about impulses of withdrawing and social distancing among both animals and people, when in fear. At some point she mentions she is in the family house where she spend these months together with family “surrounded by the books I read as a child, outside are the trees I climbed as a child”. 

8 July

3 July: The Primitive Hut and the Shelter

Illustration of the primitive hut by Charles Dominique Eisen was the frontispiece for the second edition of Laugier’s Essay on Architecture (1755)

This frontispiece is one of the most famous images in the history of architecture. The young woman represents architecture and sits on the debris of Baroque buildings. Laugier proposed that architecture should be functional and not a sugar cake decorated with ornaments. For him architecture should return to its origins, the simple rustic hut. The Primitive Hut was a concept that explores the origins of architecture and is the highest virtue that architecture should achieve, the need for shelter.

We received a package from Heleen Schröder with fife issues of Footprint, Delft Architecture theory journal. She is the English copy editor and visited us last week in our studio. In Volume 10, number 2 I find in an essay by Sam Grabowska a couple of photos he made of shelters at the US-Mexico borderland.

3 July: Vers, fris in Noord, en Jaap in de Paleistuin

Als de brug opengaat vliegt er een kraai naar een richel waar hij anders nooit bij zou kunnen. Terwijl de boot door smalte vaart, loopt de kraai kalm de hoekjes af, en op teken van de bel vliegt hij weer weg. Slagbomen omhoog, brug dicht.

We hebben afgesproken met Yin Yin bij Publication Studio in Rotterdam Noord. We gaan onze kranten-verzameling over huizen-zaken scannen, en hier staat een A3 scanner, waarmee de hele pagina gescand kan. Publication Studio en Tender Centre zitten in de Zaagmolenstraat, en maken deel uit van een woon-werk vereniging met woningen en werkplaatsen: vers en fris. De tuinen, samengevoegd, zijn schuttingloos tot een geweldig mooie binnentuin gemaakt. Fruitbomen, frambozen, een geavanceerd irrigatiesysteem, een vijver, en alles heel weelderig. Terugkerend thema in tuinen nu is: stoeptegels worden gelicht en gebroken, gebruikt voor zitelementen en verhoogde plant- en zaaibedden gevuld met verse schone grond.

Ze zitten hier toch al tien jaar zonder huurverhogingen, ook als bewoners wisselen, omdat hoofdhuurder een woongroep is. Het klinkt heel slim, daar wil ik meer over weten, hoe doen ze dat? Waarom is dat geen gebruikelijker vorm? Dat vraagt om een langer gesprek.

Terug bij het Wijkpaleis eten we een broodje in de achtertuin. Er komt een leuke vogel bij ons zitten, die gek genoeg meteen begint te vertellen dat hij tot zijn pensioen werkte als onderhoudsman bij een woningbouwvereniging. Hij telt op zijn vingers de fusies en naamswijzigingen die hij heeft meegemaakt, en vertelt dat hij steeds minder mocht doen voor de bewoners. Extra klusjes, even iets repareren. Het was normaal, maar na de privatiseringen niet meer. Hij noemt ook alle straten op in Rotterdam waar hij heeft gewoond in zijn 73 jaar.

3 July



.

2 July: Bad news

There was a vote today: The Netherlands will not welcome refugee children. I read that though villages, cities, local governments say yes to housing these 500 children, the house of representatives voted against—with a big majority.  This week 377 people died on the Mediterranean Sea. There are more people than ever before on the run. Yet Europe closes its borders, and according to this article in De Groene by Irene van der Linde, in the Global South, where 85% of the displaced are now finding shelter, countries seem to follow the example of Europe, and stop letting in refugees, making it virtually impossibile for people to escape war or prosecution. 

.

28 June: Voedselbos Vlaardingen

Vandaag op excursie naar het Voedselbos in Vlaardingen. Vanwege de corona-maatregelen waren alle rondleidingen geannuleerd, maar nu hebben we een afspraak om 15 uur. We gaan op de fiets en kunnen de ingang niet vinden. We mogen met gids Mike mee die de tweede groep rondleidt. Hij weet ongelooflijk veel van planten en laat ons van alles proeven. Je kan zelfs de bloemknoppen van de Aziatische Berenklauw eten!, zegt hij. Het Voedselbos is ontworpen met de principes van permacultuur, wat een grote diversiteit betekent en zoveel mogelijk de natuur haar gang laten gaan. Er zijn verschillende terpen en waterbekkens en een bosrand waardoor er een microklimaat ontstaat. De beplanting van al wat oudere bomen en struiken die voedsel leveren in de vorm van noten en zaden etc. heeft 120.000 euro gekost. Dit geeft ze een voorsprong van zeker 5 jaar op andere projecten die van nul af beginnen. De dikke bosrand met bomen en struiken stond er al. Waarmee ik wil zeggen dat ze niet helemaal met een kaal boeren weiland zijn begonnen. Hoewel er toch behoorlijk wat grondverzet is gedaan. Het land hebben ze kosteloos voor 20 jaar. Er zijn heel veel fruitbomen en – struiken geplant. Verschillende soorten appels, peren, frambozen en ik geloof wel twintig soorten bessen waaronder een jostibes, ze hebben ook de peperboom waarvan je de zaadjes als peper kan gebruiken, walnoot en tamme kastanje. Maar er zijn ook veel bomen en struiken waarvan het blad eetbaar is. Ik wil nog de volledige plantlijst opvragen van de ongeveer 600 bomen en struiken. In november 2015 zijn ze begonnen met planten en nu iets meer dan 4 jaar verder geeft het bos al voedsel. Toch is het moeilijk om een voorstelling te maken wat je kan gaan koken voor je avondeten, want hier pluk je niet even een courgette of een tomaat. Die zijn hier verboden.

Voedselbos Vlaardingen, vlak tegen de Westwijk en niet ver van de Maas.

28 June

28 June

27 June: Strowijk Iewan Nijmegen

Dit weekend doen we een paar excursies. Vandaag bezoeken we iemand in Cothen die op kleine schaal is begonnen met een voedselbos en we rijden naar Lent bij Nijmegen.

Het kan wél!, staat op een groot spandoek, duurzaam en sociaal bouwen en wonen. We zijn in Lent om het grootste strogebouw van Nederland te bekijken. De bewoners, vrijwilligers en professionele bouwvakkers hebben gezamenlijk aan dit complex van 24 sociale huurwoningen gewerkt dat is gebouwd met stro, leem en hout. Aan de buitenkant zie je al dat stro natuurlijk niet omdat het goed beschermd moet worden tegen weer en wind. Als je bouwt met stro produceer je geen bouwafval, het is biologisch afbreekbaar en de isolatie is zeer hoog. Op 1 mei 2015 zijn de bewoners er ingetrokken. Iewan is in de volksmond bekend als Strowijk.

Tegelijkertijd met Iewan ontstond er een ecologische wijk.

Iewan, Lent bij Nijmegen

27 June: Food forest and Strow bale building

Our first expedition out of town, on super-diversity and living together, with on Saturday two different excursions in the rural east of the Netherlands, on Sunday a food forest Vlaardingen, under the smoke of the Rotterdam harbours and petrochemical industries. We first visit Willemien, who is working on a food forest of her own. She and a few lodgers live in a big old farmhouse with some land, in the middle of a fruit-growing area. Her approach is tentative and experimental, and quite the opposite of tabula-rasa, drawing table planning. She just started here and there, watches what works, finds the right spot for every single plant till it thrives and florishes, and then slowly and friendly helps the many different patches and corners and experiments grow together. She is knowledgable and follows much of “the rules” for a real forest, but she’s also consciously un-dogmatic and grows some annuals for instance, where the whole concept of a food forest is based on growing perrenials. I like the playfullness, and I love the little umbrellas and paralols everywhere, that protect the young fruit trees. We are eating lots of berries, warm from the sun.

The whole concept of the food forest is exciting. It doesn’t even take so long before there is an abundance of species and a feeling of wildness. It is so contrary to the idea of having whole fields of the same crop, and start from scratch every year. Tomorrow we’ll visit the one close to Rotterdam, in Vlaardingen, and hopefully we can soon make an appointment for visiting the 11 year-old one in Groesbeek. There is a cook closely involved in that one, a specialist from a culinary perspective, which makes that one particularly interesting I think.

In the afternoon we visit, but without appointment and quickly ended by a tempest, the strawbale complex Iewan. “Het kan WEL!” reads a banner on the building. It IS possible! Super ecological sustainable building for a low price. We will have to come back for a tour, but we got a taste of the building and the communal gardens. The image below shows the space Iewan shares with IJkpunt. Iewan is social housing and rent, IJkpunt a mix of rented and owned buildings. To be continued.

Strobaalbouw wooncomplex Iewan in Lent. De binnentuin is gedeeld met de buren: IJkpunt.

27 June

23 June: Hermit in a Cabin #1

Replica of Thoreau’s cabin at Walden Pond

I am reading Walden and at the same time I started reading about Walden on the internet. For me the name Walden evokes the image of the cabin Thoreau built himself and not the place, Walden Pond. Maybe the book, the place, and the cabin are in my mind one and the same thing. The cabin is basically what we would call today an off-grid tiny house. It looks like a happy place, very bright and Spartan decorated with a bed and three chairs; “one for solitude, two for friendship, three for society.” He had a small table and a writing desk, and a fireplace. It had two large used windows that he bought cheap. In the book he made a table of the costs of building the hut with recycled material. Total: $28,12. It is just 10 x 15 ft, which is about 3 x 4,5 meters. It is interesting how the m2 of his cabin fit to the NEN1824 norm of 12 m2 of todays working spaces. And funnily enough, the workroom annex FGA archive in the house where we now live is also about 12 m2 but elongated, practically the same as in our old house. It is a very pleasant size that is somehow comfortable around your body.

But Walden really was about the experiments; baking his own bread, grow his own food and write. It was his friend Emerson who inspired Thoreau to write more and allowed him to build a cabin on a plot of land owned by him. His ideal week consisted of one day work and six day doing various other things. “I went to the woods because I wished to live deliberately, to front only the essential facts of life…”, and, “I learned this, at least, by my experiment; that if one advances confidently in the direction of his dreams, and endeavors to live a life which he has imagined, he will meet with a success unexpected in common hours.”

The cabin recalls several rustic types then popular like the small summerhouse, hermitage, and wilderness retreat. He compared it with the primitive hut of architectural theory and wanted to offer a model for the reform of domestic architecture. He stayed at Walden Pond for two years and two months, from July 1845 to September 1847. But he could have easily walked home because Walden Pond was just a mile and a half outside his native Concord, Massachusetts.

23 June: Push/Rent-Strike

Housing is a fundamental human right. Wonen is een mensenrecht. “Filmmaker Fredrik Gertten volgt advocaat en activist Leilani Farha die voor de VN internationaal onderzoek doet naar huisvesting. Veel grote steden hebben identieke problemen. Farha gaat naar lokaties in Groot-Brittannië, Spanje, Chili en Zuid-Korea. Hier wordt in wijken, waar voorheen niemand wilde wonen, de huur verdriedubbeld, zodat de oorspronkelijke wijkbewoners moeten verhuizen.”

De documentaire Push werd eind vorig jaar getoond in een volle zaal in Leeszaal West. Nu is de film online te zien bij de NPO. Het was bijzonder (en met terugwerkende corona-kracht nog meer) met zoveel mensen samen te kijken: je voelde hoeveel herkenning en verontwaardiging de film opwekte. Het was relevant, het kwam dichtbij. In de Rotterdamse Tweebosbuurt werden rond die tijd 600 gezinnen uit hun huis gezet door woningbouwvereniging Vestia. Het ging ongeveer gelijk op met onze huizenstress, en we hadden zelfs dezelfde advocaat, maar hun situatie is zoveel ernstiger en groter. Waar moeten al die mensen naartoe, met gezinnen, met een groot tekort aan huizen en zonder oprotpremie. En nu ik toch bezig ben: dit is nog maar het begin, van de grotere verdrijving, de Expulsion, zoals Saskia Sassen het noemt—zij wordt geinterviewd in de documentaire—de gedwongen evacuatie van miljoenen, het verliezen van huis en thuis, de massale vernietiging van leefgebied, en de leefbaarheid van de planeet. It is not about us. The problem is systemic, and the stress is privatised.

Tegen het eind van Push is het Leilani Farha en anderen gelukt een groot overleg tussen burgemeesters van grote steden te organiseren, om zich samen te weren tegen “Real Estate as a way to park excess capital”, onder de naam The Shift proberen ze een verschuiving teweeg te brengen: “The Shift recognizes housing as a human right, not a commodity or an extractive industry. The Shift restores the understanding of housing as home, challenging the ways financial actors undermine the right to housing. Using a human rights framework, The Shift provokes action to end homelessness, unaffordability, and evictions globally.

Ik hoop dat de hele Rotterdamse gemeenteraad kijkt, en de Rotterdamse burgemeester moet maar snel aanschuiven aan die tafel.

23 June

19 June: Looking for a piece of land

Here we look at a piece of land, more than 6000 m2, partly a dike and partly pasture

We drive to the border with Belgium for an appointment with a real estate agent. In their portfolio they also have agricultural land in Zeeuws-Flanders. We had a simple thought: if we want to regain control of our lives, we must have “our own” land, a piece of land that nobody can take from us and where we can do what we want. Even to leave it empty and let nature take its course. The piece of land on the photo is also part of that. Normally agricultural land is not that expensive but for some reason this piece is. And because it is a protected dike face, you are not allowed to do much with it. But he will check with the municipality. It is not far from the sea and on the left side of the dike is the new nature with saline water and on the other side corn is on the field. That salty water can become a big problem, something one of the apple farmers has pointed out for years. But they have lost the battle and the province has bought out farmers to return land to the sea to create “new” nature. A stupid idea.

Anyway, you are not allowed to build anything permanently on agricultural land and you are not allowed to live there either. Well, maybe in a yurt or in a wheeled caravan that you have to put away in winter. We are playing with the idea of creating a food forest. He tells us that there are more and more organic farmers in the region and not just potato and grain farmers.

I think of Catrina Davies and her book Homesick, Why I Live in a Shed. In this book, she describes how the housing crisis in Bristol is pushing her out. She shares a house with friends and lives in a small room not much bigger than a closet. Housing have become so expensive that she packs her things and goes back to Cornwall where she was born and decides to live in her father’s shed that has been vacant for years. I think she is very brave and of course she encounters a lot of obstacles. She not only overcomes these obstacles, but slowly she is also conquering the government and the rigid system.

Thoreau lived in a shed to make a statement, Catrina Davies is doing it because she ran out of other options. Frankly, our situation is starting to look a lot like hers and we are now also feeling our options are getting smaller. The apartment we rent is too expensive and finding something affordable is terribly difficult. Even in Rotterdam, the housing crisis has arrived. I will reread her book but I also want to read Walden by Thoreau!

19 June: naar de real-estate-man in Sluis

Te koop!?!?!

We weten van niets, maar we hebben een gesprek met de specialist agrarische real estate van een makelaar in Sluis. 

Een paar weken geleden kwamen we op een fietstocht over een prachtig dijkje een bordje TE KOOP tegen. Na de deprimerende uren op Funda en de websites van de sociale woningbouw was het contrast met deze ruime zonnige en onverwachte uitnodiging euforisch stemmend. Weg met de huizenjacht! Weg met “er zijn nog 70 mensen voor u”, weg met “stuurt u maar een loonstrookje want u maakt alleen kans op deze woning als uw loon minimaal 4 x de huur bedraagt”!  Toch nog een keer de opwinding het Nu Echt Gevonden te hebben.

Vele nieuwe, verse vragen: wat kost landbouwgrond eigenlijk? Wat mag je er op? Wat als we het hele idee van stad en huis laten varen en ergens een landje kopen om er voor te gaan zorgen? Dan komt dat wonen vanzelf, en is het niet meer zo belangrijk misschien. Ik weet het opeens bijna zeker, ik ben klaar voor een leven gewijd aan samenleven met de “more-than human”. Voedselbos, bodemwater, maximale biodiversiteit, tienjarenplan. Het lijkt me allemaal opeens aantrekkelijker, makkelijker, lichter en beter dan alles wat ik nu doe, en vooral ook beter voor de wereld. Nog voor ik weer op de fiets stap bel ik gewoon het nummer op het bord. 

En die afspraak is dus vandaag.

19 June

15 June: first day in our studio

FGA studio annex Fucking Good Art Flagship

15 June: ignorant bliss

Ik woonde al heel lang in een geweldig fijn appartement, een voormalige dienstwoning op het dak van een kantoorpand van een shipping company. Het stond al lang leeg toen ik er 10 jaar geleden introk. Ik had er eerder naar gevraagd bij de eigenaar, en opeens mocht ik het huren. Een wonder. Niemand wilde het! Het was crisis. Er stond veel leeg. Rob had ook een fijn appartement, hij woonde er al veel langer. We waren buren. We reisden veel, en kwamen graag weer thuis. We hadden elk een eigen plek om te wonen en te werken. We nodigden mensen uit. We konden gastvrij zijn. Enfin, we hebben even niet opgelet en toen was Rotterdam opeens veranderd van een stad met ruimte in overvloed, naar een stad met een real-estate-boom en een echt, hard, pijnlijk, huizenprobleem.

Vorig jaar moesten we er weg. Opkrassen, wegwezen, opzouten, aftaaien, plaats maken, iets nieuws zoeken: verhuizen. We hebben echt gezocht, in de stad, buiten de stad. Niets lukte. Uiteindelijk drong de tijd en zagen we nog maar één kans. We verhuisden 2 maart, een week voor Lockdown, naar een “sjiek appartement” op een leuke plek in de stad, maar het lukte me niet er blij mee te zijn. Wat mij betreft is het een tijdelijk huis, veel te duur, ontworpen vanuit een idee over wonen dat mij niet bevalt (waarover later meer), en met een balkon waar de planten doodgaan.

Half mei keerde het tij: we konden een atelier huren in het Wijkpaleis, een nieuw initiatief, vlak om de hoek. Het is mooi, fijn, levendig, goed ontworpen en met liefde gerenoveerd, het is er welkom, er wordt gekookt en gegeten, er zijn fijne mensen die altijd bezig zijn. Financieel kan het helemaal niet naast de huur van ons te dure huis, maar we doen het toch. Het is het soort plek waar we het over willen hebben. Van hieruit gaan twee maanden op expeditie in en rond Rotterdam, nodigen mensen uit in de paleistuin en gaan ook in de boekenkast en het nieuws op zoek naar plannen en voorbeelden van “hoe het ook zou kunnen”, en waarom het niet vaker kan.

15 June